wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Molecuulbindingen

Total questions: 13

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

welke groepen kunnen moleculen waterstof bruggen vormen?

a)

C-H groepen en OH groepen

b)

C-H groepen en NH2 groepen

c)

OH groepen en NH2 groepen

2.

Welke stof heeft het hoogste kookpunt en waarom?

a)

Links, want deze vormt H-bruggen

b)

Links, want deze vormt vdwaalsbindingen

c)

Rechts, want deze vormt H-bruggen

d)

Rechts, want deze vormt vdwaalsbindingen

3.

Welke stof heeft een hoger kookpunt? CO2 of H2O?

a)

CO2 want deze vormt vdwaalsbindingen

b)

H2O want deze vormt vdwaalsbindingen

c)

CO2 want deze vormt H-bruggen

d)

H2O want deze vormt H-bruggen

4.

Welke stof heeft het hoogste kookpunt?

a)

ethanol, want het maakt H-bruggen

b)

butaan, want het maakt H-bruggen

c)

butaan, want het is een groter molecuul dan ethanol

5.

Wanneer octaan-1-ol aan water wordt toegevoegd, dan ontstaat een ....

a)

oplossing

b)

emulsie

c)

suspensie

6.

Welke stof heeft het hoogste kookpunt en waarom?

a)

methaan, want deze vormt H-bruggen

b)

methaan, want deze vormt vdwaalsbindingen

c)

methaanamine, want deze vormt H-bruggen

d)

methaanamine, want deze vormt vdwaalsbindingen

7.

Het molecuul octaan-1-ol is ...

a)

hydrofoob en lost niet op in water

b)

hydrofoob en lost wel op in water

c)

hydrofiel en lost niet op in water

d)

hydrofiel en lost wel op in water

8.

Moleculen Br2 bestaat uit 2 broom atomen het verschil in elektronegativiteit is .... het molecuul is .......

a)

0 polair

b)

> 0,4 polair

c)

0 apolair

d)

> 1,7 polair

9.

Moleculen jood worden genoteerd als ....

Deze stof lost ..... op in water en is ....

a)

I slecht polair

b)

I2 slecht apolair

c)

I2 goed apolair

10.

Het vet glyceryltristearaat is .... het maakt .... H-bruggen en lost .... op in water

a)

hydrofiel veel goed

b)

hydrofoob veel goed

c)

hydrofoob nauwelijks slecht

11.

Als je het vet glyceryltristearaat aan water toevoegt dan ontstaat een ...

a)

oplossing

b)

emulsie

c)

suspensie

12.

Wasbenzine heeft als molecuulformule C6H14. Het molecuul vormt .... H-bruggen en is ....

a)

wel apolair

b)

wel polair

c)

geen apolair

d)

geen polair

13.

hydrofobe moleculen vormen hoofdzakelijk .... en mengen ... met elkaar.

a)

vanderwaalsbindingen goed

b)

vanderwaalsbindingen slecht

c)

H-bruggen goed

d)

H-bruggen slecht