Font size
WorksheetsHV 2 van Bergen naar zee 3+4
Total questions: 29
Worksheet time: 18mins
Een deel van de aardkorst dat naar beneden zakt, noem je een?
Slenk
Horst
hoefijzer
erosie
Wat ligt er naast een slenk?
Een horst
Een borst
Een hoefijzermeer
Infiltratie
Een genk
De bochten van een rivier heten ook wel?
(a)
In de buitenbocht van een rivier stroomt het water...?
niet
snel
langzaam
gesedimenteerd
Wat krijg je als water zacht stroomt?
erosie
verwering
sedimentatie
horsten
Waar is veel sedimentatie?
in de binnenbocht van een rivier
in de buitenbocht van een rivier
Wat zinkt alleen als het water heel langzaam stroomt?
Klei
Keien
Zandkorrels
Grind
Welk begrip hoort bij het hoogteverschil per kilometer?
Verhang
Verval
Delta
Sedimentatie
Nederland ligt in de benedenloop van de Rijn
Dat klopt
Dat klopt niet
Wat wordt hier omschreven? Het regent op woensdag vrij hard. Op vrijdag zie je dat de waterstand in de rivier stijgt.
Verhang
Verval
Vertragingstijd
Verstening
Waardoor kan er steeds minder water in de grond zakken?
Het regent minder
Er is steeds meer bebouwing langs de oevers
De vertragingstijd is toegenomen
Het verhang is gedaald.
Hoe ontstaan golven?
Door de wind
Door de zwaartekracht
Door erosie
Door een strandwal
Welke soort kust heeft Nederland?
Een aanslibbingskust
Een afbraakkust
Een klifkust
Waardoor slaan golven over de kop?
Door de weerstand van de bodem
Door erosie van de zanddeeltjes
Door een gedraaide wind
Door de afstand die hij heeft afgelegd
Welk begrip hoort bij het breken van de golven in ondiep water?
(a)
Als het water krachtig terugstroom, dan krijg je...?
Een klifkust
Een sedimentatiekust
Een afbraakkust
Een aanslibbingskust
Een branding
Een boven het water uitstekend gebiedje, noem je ook wel?
Een strandwal
Een horst
Een slenk
Een kustduin
Hoe zijn de Waddeneilanden begonnen met ontstaat?
Als strandwallen
Als kustduinen
Als horsten
Als klifkust
Welke soort kust zie je hier?
Een klifkust
Een aanslibbingskust
Een afbraakkust
Waar stroomt het water het snelst?
In de bovenloop
In de middenloop
In de benedenloop
Wat zie je hier?
Een klif
Een horst
Een slenk
Een meander
Wat wordt dit bijna?
Een meander
Een hoefijzermeer
Een aanslibbingkust
Een delta
Wat zie je hier?
(a)
Hoog Nederland heeft met name .... en Laag Nederland ....
Klei .... zand
Veen ... klei
Zand ... klei
Zand ... grind
Bij een .......... stroomsnelheid vindt er voornamelijk ......... plaats. Bij een .......... stroomsnelheid vindt er voornamelijk .............. plaats.
1: hoge, 2: erosie, 3: lage, 4: sedimentatie
1: lage, 2: erosie, 3: hoge, 4: sedimentatie
1: hoge, 2: sedimentatie, 3: lage, 4: erosie
Welke stelling is juist over het regiem van bovenstaande rivier.
Het is een gletsjerrivier, want in de maanden juni en juli smelt er weinig ijs van de gletsjer
Het is een gletsjerrivier, want je ziet in de afbeelding de ijsdikte afnemen tussen februari en juni
Het is een regenrivier, omdat in de zomer er minder neerslag valt, dus minder water voor de rivier om af te voeren.
Het is een regenrivier, want je ziet in de maanden juni en juli een afname van de waterafvoer, omdat de gletsjers dan smelten.
Welke kenmerken horen bij een afbraakkust?
klif
grot
duin
sedimentatie
rots
Welke volgorde is juist bij het ontstaan van een aanslibbingskust?
1: Duinen ontstaan.
2: Rivieren brengen zand naar zee
3: Wind verplaatst zand richting het strand.
4: Er ontstaan zandbanken die bij eb droog liggen
2 - 3- 4 - 1
1 - 2 - 3 - 4
2 - 4 - 3 - 1
4 - 2 - 3 - 1
4 - 3 - 1 - 2
Op het plaatje zie je een afbraakkust/klifkust. Welk nummer is de laatste situatie?
Plaatje 1
Plaatje 2
Plaatje 3
Plaatje 4
