wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Uitscheiding 20HSW3-1

Total questions: 22

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.
Wat is het verband tussen de productie van ADH en de productie van urine?
a)
meer urine leidt tot meer ADH
b)
meer urine leidt tot minder ADH
c)
meer ADH leidt tot meer urine
d)
meer ADH leidt tot minder urine
2.
Hoe heet nummer 1?
a)
nierbekken
b)
nierschors
c)
niermerg
d)
uirineleider
3.
De vloeistof die uit het bloed in het kapsel van Bowman komt
a)
is geconcentreerde urine
b)
is bloedplasma zonder bloedcellen
c)
bevat geen glucose
d)
bestaat alleen uit water
4.

Welke functie hebben de nieren?

a)

het uitscheiden van schadelijke, overbodige stoffen, waaronder afval van de stofwisseling, met behoud van voor het lichaam nuttige stoffen

b)

het handhaven van de juiste hoeveelheid water in de bloedsomloop en het lichaam

c)

het handhaven van de juiste zuurgraad in het plasma, in samenwerking met de ademhaling

d)

alle bovengenoemde antwoorden

5.
condoomkatheter is
a)
iets dat je tijdens de seks gebruikt
b)
een voorbehoedsmiddel
c)
een eenmalige katheter
d)
een vaste katheter
6.

Wat is geen oorzaak van overmatig transpireren?

a)

een chronische infectie

b)

een specifieke bloedziekten

c)

een schilklier problemen

d)

ontspanning

7.

Bij de vrouw treedt tijdens de geslachtsrijpe periode de menstruatie op. Waardoor komt dit?

a)

hormonen inwerken op het baarmoederslijmvlies

b)

hormonen vrij komen in het bloed

c)

hormonen rond gaan in het lichaam

d)

het baarmoederslijmvlies vernieuwd moet worden

8.

Zonder iets te doen produceert ons lichaam ..........liter transpiratievocht per dag

a)

2 liter

b)

1 liter

c)

0,5 tot 1 liter

d)

1/4 liter

9.

Wat is de minimale hoeveelheid urine die de nieren nodig hebben om alle afval te verwijderen?

a)

170 tot 180 liter per etmaal

b)

25 liter per etmaal

c)

1200 tot 1500 ml per etmaal

d)

350 tot 500 ml per etmaal

10.

Hoe vaak kun je het beste naar de wc gaan op een dag?

a)

4

b)

5

c)

8

d)

1-3 keer per dag

11.

Wat is de juiste kleur van ontlasting (urine)?

a)

groen

b)

geel

c)

troebel

d)

oranje

12.

Wat is de beste stoelgang ervaring?

a)

lang en pijnlijk

b)

veel persen en paniek om op tijd te zijn

c)

snel en pijnvrij

d)

met krant en peuk

13.

Welke drie voedingsproducten kan je makkelijk identificeren in je ontlasting?

a)

rode bieten

b)

rijst

c)

sesamzaad

d)

kip

14.

Wat is de juiste kleur van ontlasting (urine)?

a)

groen

b)

geel

c)

troebel

d)

oranje

15.

Welke stof wordt uit de galblaas afgebroken?

a)

Bilirubine

b)

Glucose

c)

Hemoglobine

d)

Ureum

16.

Op welke manieren kun je urine observeren?

a)

Hoeveelheid

b)

Geur

c)

Kleur

d)

Tempratuur

17.

Waardoor kan het komen dat urine een blauwe kleur heeft? Meerdere antwoorden zijn goed

a)

medicijnen

b)

voeding

c)

te veel vocht inname

d)

zeldzame aandoening

18.

Op welk moment van de dag heeft urine normaal gesproken een sterkere geur?

a)

Avond

b)

Middag

c)

Ochtend

d)

Altijd zelfde geur

19.

Wat betekend incontinentie?

a)

Het niet kunnen ophouden van plas

b)

Het niet kunnen ophouden van poep

c)

Het niet kunnen ophouden van poep en plas

20.

Wat is een chronische darmziekte?

a)

ziekte die overgaat met medicatie

b)

ziekte die blijft en niet over gaat

c)

ziekte waar je af en toe last van hebt

d)

ziekte waar je bij bepaald eten last van hebt

21.

Wat is laxeermiddel?

a)

Een middel waardoor je naar de wc moet voor ontlasting

b)

Een middel waarvan je dorst krijgt

c)

Een middel waardoor je trek krijgt

d)

Een middel wat je neemt bij bepaalde eten

22.

Wat helpt bij het poepen?

a)

water drinken

b)

vezelrijk eten

c)

groente eten

d)

fruit eten