wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

thema 8: organisatieniveaus bij organismen

Total questions: 20

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Een _______ is een deel van een organisme met een of meerdere functies.

a)

orgaan

b)

orgaanstelsel

c)

cellen

d)

weefsel

2.

Organen die samenwerken noem je ...

a)

een orgaanstelsel

b)

een organisatieniveau

c)

organen

d)

weefsels

3.

Een groep cellen bij elkaar met dezelfde vorm en functie noem je een....

a)

orgaan

b)

weefsel

c)

celstelsel

d)

groep cellen

4.

Wat is het kleinste organisatieniveau?

a)

organisme

b)

orgaanstelsel

c)

orgaan

d)

weefsel

e)

cel

5.

Wat is het grootste organisatieniveau?

a)

organisme

b)

orgaanstelsel

c)

orgaan

d)

weefsel

e)

cel

6.

Wat is de juiste volgorde van groot naar klein?

a)

organenstelsel - organisme - organen- weefsel - cellen

b)

organisme - organenstelsel - weefsel - organen - cellen

c)

organisme - organenstelsel - organen - weefsel - cellen

d)

organenstelsel- organisme - weefsel - cel - orgaan

7.

Zie je in de afbeelding één of meerdere weefsels?

a)

één weefsel

b)

meerdere weefsels

8.

Het kleinste levende bouwsteentje van het menselijk lichaam is...?

(a)  

9.

Welke foto toont een microscopisch beeld van een plantaardig weefsel?

a)
b)
10.

Welk van volgende stellingen zijn JUIST?

a)

Een dierlijke en een plantaardige cel hebben beide een celkern.

b)

Een dierlijke cel heeft bladgroenkorrels.

c)

Een dierlijke cel heeft geen celwand.

d)

De vacuole slaat opgeloste stoffen op en zorgt voor stevigheid in de plantencel.

11.

Duid aan welke delen voorkomen bij de dierlijke cel!

a)

vacuole

b)

celmembraan

c)

cytoplasma

d)

mitochondriën

e)

celwand

12.

De celkern regelt de celwerking en bevat het genetisch materiaal van de cel.

a)

Juist

b)

Fout

13.

Welk soort cel zie je op de afbeelding?

a)

plantaardige cel

b)

dierlijke cel

14.

Geef een celonderdeel dat WEL bij een plantaardige cel voorkomt, maar NIET bij een dierlijke cel!

(a)  

15.

Op de foto zie je een...

a)

cel

b)

weefsel

c)

orgaan

d)

stelsel

e)

organisme

16.

Op de foto zie je een...

a)

cel

b)

weefsel

c)

orgaan

d)

stelsel

e)

organisme

17.

Welk deel van de cel wordt met de letter A aangeduid?

(a)  

18.

Welk deel van de cel wordt met de letter B aangeduid?

(a)  

19.

Welk deel van de cel wordt met de letter D aangeduid?

(a)  

20.

Welk deel van de cel wordt met de letter F aangeduid?

(a)