wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

5 vwo De vorming en afbraak van gebergten

Total questions: 25

Worksheet time: 23mins

Name
Class
Date
1.

Welke van de volgende processen zijn endogene processen?

a)

sedimentatie

b)

subductie

c)

aardbevingen

d)

erosie

e)

massabewegingen

2.

Noem twee exogene processen waarvan de gevolgen zichtbaar zijn op de foto.

a)

chemische verwering

b)

massabewegingen

c)

gebergtevorming

d)

vorstverwering

e)

transforme plaatgrens

3.

Noem één endogeen proces waarvan de gevolgen zichtbaar zijn op de foto.

a)

chemische verwering

b)

massabewegingen

c)

gebergtevorming

d)

vorstverwering

e)

transforme plaatgrens

4.

Exogene processen worden aangestuurd door zonne-energie. Van de drie processen verwering, erosie en sedimentatie worden alleen sommige vormen van verwering direct aangedreven door zonne-energie


Welke twee processen van mechanische verwering worden direct door de zon aangedreven en hoe gaat dat in zijn werk?

a)

temperatuurverschillen

b)

groeien wortels bomen

c)

oplossen kalksteen

d)

vorstwerking

5.

Dankzij de hydrologische kringloop wordt erosie op gang gebracht. Wat is de juiste oorzaak-gevolgrelatie? Selecteer de juiste oorzaak en het juiste gevolg.

a)

De hydrologische kringloop zorgt voor verdamping in de bergen .

b)

De hydrologische kringloop zorgt voor neerslag in de bergen.

c)

waardoor sedimentatievlakte ontstaan.

d)

waardoor snelstromende rivieren ontstaan die zich in het landschap gaan insnijden.

6.

Ook de hydrologische kringloop wordt aangedreven door de zon.


Welke twee processen in de figuur die bijdragen aan deze kringloop worden direct beïnvloed door zonne-energie?

a)

verdampen van zeewater

b)

het transport van waterdamp

c)

retourstromen.

7.

In bron 47 is de gebergtevorming in drie fasen weergegeven. Welke kenmerkende processen zijn er voor Fase 1?

a)

intrusies

b)

plooiing

c)

vorming sedimentgesteente

d)

vulkanisme

e)

sedimentatie

8.

In bron 47 is de gebergtevorming in drie fasen weergegeven. Welke kenmerkende proces is er voor Fase 2?

a)

intrusies

b)

plooiing

c)

vorming sedimentgesteente

d)

vulkanisme

e)

sedimentatie

9.

In bron 47 is de gebergtevorming in drie fasen weergegeven. Welke kenmerkende processen zijn er voor Fase 3?

a)

intrusies

b)

plooiing

c)

vorming sedimentgesteente

d)

vulkanisme

e)

sedimentatie

10.

Als je fase 1 en fase 3 in bron 47 met elkaar vergelijkt, zie je dat het continent aangroeit, zowel horizontaal als verticaal.


Welk proces draagt bij aan de horizontale groei van het continent?

a)

intrusies

b)

plooiing

c)

vorming sedimentgesteente

d)

vulkanisme

e)

sedimentatie

11.

Welke endogene processen dragen bij aan de verticale groei van het continent?

a)

intrusies

b)

plooiing

c)

vorming sedimentgesteente

d)

vulkanisme

e)

sedimentatie

12.

Gebruik atlaskaart GB 238C en 239E

Het Noord-Amerikaanse continent bestaat uit drie onderdelen. Deze zijn weergegeven in figuur 21.


Welk(e) begrip(pen) zijn van toepassing op plaats A ?

a)

Schild

b)

Oud gebergte

c)

Jong gebergte

d)

Hooggebergte

e)

Middelgebergte

13.

Gebruik atlaskaart GB 238C en 239E

Het Noord-Amerikaanse continent bestaat uit drie onderdelen. Deze zijn weergegeven in figuur 21.


Welk(e) begrip(pen) zijn van toepassing op plaats B ?

a)

Schild

b)

Oud gebergte

c)

Jong gebergte

d)

Hooggebergte

e)

Middelgebergte

14.

Gebruik atlaskaart GB 238C en 239E

Het Noord-Amerikaanse continent bestaat uit drie onderdelen. Deze zijn weergegeven in figuur 21.


Welk(e) begrip(pen) zijn van toepassing op plaats C ?

a)

Schild

b)

Oud gebergte

c)

Jong gebergte

d)

Hooggebergte

e)

Middelgebergte

15.

Gebruik 238C

Voor welk continent is het volgende van toepassing?


De continentale plaat bestaat bijna volledig uit jong gebergte....

a)

Australië

b)

Europa

c)

Afrika

d)

Indisch Australische plaat

e)

Arabische plaat

16.

Gebruik 238C

Voor welk continent is het volgende van toepassing?


Continent zonder jong gebergte?

a)

Australië

b)

Europa

c)

Afrika

d)

Australië

e)

Arabische plaat

17.

In welke fase van gebergtevorming is het Scandinavisch Hoogland volgens atlaskaart GB 238C ontstaan?

a)

Alpine fase

b)

Hercynische fase

c)

Caledonische fase

18.

Gebruik atlaskaart GB 238C

Welke oceaan heeft maar één diepzeetrog?

a)

Indische

b)

Atlantische

c)

Pacifische

19.

Gebruik atlaskaart GB 238C

Welke oceaan heeft de meeste diepzeetroggen?

a)

Indische

b)

Atlantische

c)

Pacifische

20.

Wat is van toepassing op deze foto?

a)

Oud gebergte

b)

Jong gebergte

21.

Wat is van toepassing op deze foto?

a)

Oud gebergte

b)

Jong gebergte

22.

Wat is van toepassing op deze foto?

a)

Oud gebergte

b)

Jong gebergte

23.

Wat is van toepassing op deze foto?

a)

Oud gebergte

b)

Jong gebergte

24.

Wat is van toepassing op deze foto?

a)

Oud gebergte

b)

Jong gebergte

25.

Wat is van toepassing op deze foto?

a)

Oud gebergte

b)

Jong gebergte