Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3.4 Elasticiteit en vervorming

Total questions: 10

Worksheet time: 2mins

Name
Class
Date
1.

Een touw waar gewicht aan gehangen wordt, rekt overal een beetje uit

a)

juist

b)

onjuist

2.

De spanning in een touw werkt alleen aan de uiteinden

a)

juist

b)

onjuist

3.

Een grote spanning ontstaat als er met grote kracht aan een dun draadje wordt getrokken

a)

juist

b)

onjuist

4.

Wat voor soort vervorming is het verbuigen van een paperclip?

a)

elastisch

b)

plastisch

5.

Wat voor soort vervorming is van toepassing bij een springplan in het zwembad?

a)

elastisch

b)

plastisch

6.

Bij een relatieve rek van 200% is een elastiekje drie keer zo lang geworden

a)

juist

b)

onjuist

7.

De treksterkte van een metaal is de spanning waarbij het materiaal breekt

a)

juist

b)

onjuist

8.

Een elastiek van 10 cm kan worden uitgerekt tot 50 cm. Wat is dan de relatieve rek?

a)

40 cm

b)

50 cm

c)

60 cm

9.

Wat is de eenheid van treksterkte?

a)

Treksterkte is een rek, dus heeft geen eenheid

b)

Treksterkte is een druk, dus N/m2

c)

Treksterkte is een spanning, dus Pa

10.

Wat gebeurt er bij een elastisch materiaal als de spanning 1,5 keer zo groot wordt?

a)

De elasticiteitsmodulus wordt dan 1,5 zo groot

b)

De elasticiteitsmodulus wordt dan 1,5 zo klein

c)

De uitrekking wordt dan 1,5 zo groot

d)

De uitrekking wordt dan 1,5 zo klein