wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Vakkenmix

Total questions: 30

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.
2/5 van 10 =
a)
5
b)
2
c)
4
d)
2,5
2.
3/4 is hetzelfde als
a)
6/8
b)

3/12

c)
1/3
d)
1/4
3.

Oma bakt 4 taarten. Voor elke taart gebruikt ze 1/8 liter melk. Hoeveel is dat samen?

a)

5/8

b)

3/8

c)

4/32

d)

4/8

4.

Wat is 1/4 + 1/2 ?

a)

2/6

b)

3/4

c)

4/2

d)

2/4

5.

2100 : 30

(a)  

6.

3600 : 900

(a)  

7.

4000 : 80

(a)  

8.

Geef de plaats van het aangekruiste blokje aan met de coördinaten.

(a)  

9.

Geef de plaats van het aangekruiste blokje aan met de coördinaten.

(a)  

10.
Zoek het onderwerp in deze zin.
Harry Potter gaat voor het eerst naar Zweinstein.
a)
Harry Potter
b)
Zweinstein
c)
gaat
d)
eerst
11.
Zoek in deze zin het onderwerp.
De uil bezorgt een brief.
a)
een brief
b)
de uil
c)
bezorgt
d)
een
12.
Zoek in deze zin de persoonsvorm.
Meneer Duffeling wordt ontzettend kwaad.
a)
kwaad
b)
ontzettend
c)
wordt
d)
meneer Duffeling
13.
Zoek in deze zin de persoonsvorm.
Eet professor Perkamentus graag snoep? 
a)
eet
b)
professor Perkamentus
c)
snoep
d)
graag
14.

Meester Bas is altijd in de buurt.

Het onderwerp in de zin is;

a)

Meester

b)

Bas

c)

Meester Bas

d)

in de buurt

15.

Hoe schrijf ik het bijvoeglijk naamwoord ook alweer? Wat was er zo fijn aan?


De ..................... schade was enorm.

a)

aangerichtte

b)

aangerichte

c)

aangerichten

d)

aangerichtten

16.

Hoe schrijf ik het bijvoeglijk naamwoord ook alweer? Wat was er zo fijn aan?


Er ontstond discussie over de .................... standbeelden.

a)

prachtigen

b)

prachtigge

c)

prachtigen

d)

prachtige

17.

Hoe schrijf ik het bijvoeglijk naamwoord ook alweer? Wat was er zo fijn aan?


Mijn broer kocht een .................. tafel.

a)

ovaal

b)

ovale

c)

ovalen

18.

Wat is het werkwoord ?

Ik eet graag appels.

a)

Ik

b)

eet

c)

graag

d)

appels

19.

Wat is het werkwoord ?

In het pretpark zit ik het liefst in de draaimolen.

a)

In het pretpark

b)

zit

c)

ik

d)

het liefst

e)

in de draaimolen

20.

Wat is het werkwoord ?

De poezen verstoppen zich in de tas.

a)

De poezen

b)

verstoppen

c)

zich

d)

in de tas

21.

Vroeger haalde je water uit de pomp

en aan je voet had je een (a)  

22.

Of er nog wat zout op hoeft,

weet je pas zodra je p (a)  

23.

Een dun takje noem je een twijg,

als ik stil ben komt dat omdat ik z (a)  

24.
Een voorbeeld van een specerij is
a)
hout
b)
wol
c)
slaven
d)
kruidnagel
25.
Wie schilderde de Nachtwacht?
a)
Rembrandt van Rijn
b)
Jan Steen
c)
Rubens
d)
Frans Hals
26.
De Gouden Eeuw was de....
a)
15e eeuw
b)
16e eeuw
c)
17e eeuw
d)
18e eeuw
27.

Rembrandt van Rijn was

a)

bisschop

b)

ontdekkingsreiziger

c)

stadhouder

d)

schilder

28.

Wat is geen specerij?

a)

nootmuskaat

b)

ketchup

c)

kaneel

d)

peper

29.

Bob has a big marble bag.


Wat betekent marble bag?

a)

Knikker

b)

knikkers

c)

knikkerdoos

d)

knikkerzak

30.

Daphné doesn't want to lose!


Wat betekent to lose?

a)

verdwijnen

b)

pinguïn

c)

verliezen

d)

schieten