wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Toets erfelijkheid klas 3

Total questions: 23

Worksheet time: 56mins

Name
Class
Date
1.

Behoort deze chromosomenkaart van een man of een vrouw?

a)

Man

b)

Vrouw

c)

Van zowel een man als een vrouw

d)

Dat is niet te zeggen

2.

Leg uit: 'Wat is een gen'?

a)

De invulling van een erfelijke eigenschap.

b)

De plek op een chromosoom waar een bepaalde erfelijke eigenschap ligt.

c)

Een ander woord voor chromosoom

d)

Een ander woord voor allel

3.

Wat is een allel?

a)

Een plek op een chromosoom waar erfelijke informatie ligt opgeslagen.

b)

De invulling van een bepaalde erfelijke eigenschap.

c)

Een erfelijke aandoening

d)

Een ander woord voor DNA

4.

Billi Eilish heeft haar haren blauw geverfd. Hiermee verandert zij haar:

a)

Genotype

b)

Fenotype

c)

Fenotype en Genotype

d)

Geen van de antwoorden is juist

5.

In een bevruchte eicel bevindt zich alle erfelijke informatie op een compleet mens te laten ontstaan.

a)

Juist

b)

Onjuist

6.

De erfelijke informatie voor je oogkleur bevindt zich alleen maar in de cellen van je oog.

a)

Juist

b)

Onjuist

7.

Kinderen krijgen chromosomen van hun moeder OF hun vader.

a)

Juist

b)

Onjuist

8.

Als een lichaamscel een X-chromosoom bevat dan is deze cel van:

a)

Een meisje

b)

Een jongen

c)

Kan van een jongen of meisje zijn

d)

Een kind met het syndrome van Down

9.

Bij Siberische tijgers bevatten zaadcellen 19 chromosomen. Hoeveel chromosomen bevatten eicellen van Siberische tijgers?

a)

19

b)

38

c)

8

d)

9

10.

Bij Siberische tijgers bevatten zaadcellen 19 chromosomen. Hoeveel chromosomen bevatten lichaamscellen van Siberische tijgers?

a)

19

b)

9

c)

38

d)

8

11.

Met het genotype 'gg' heb je twee recessieve allelen.

a)

Juist

b)

Onjuist

12.

Met het genotype AA ben je heterozygoot.

a)

Juist

b)

Onjuist

13.

Als een dier een recessief fenotype heeft, weet je bijna altijd zeker wat zijn genotype is.

a)

Juist

b)

Onjuist

14.

Een plant is homozygoot voor de recessieve eigenschap witte bloemkleur. Welke uitspraak is juist?

a)

De plant heeft twee verschillende allelen voor deze eigenschap.

b)

De plant kan deze recessieve eigenschap nooit doorgeven aan de nakomelingen.

c)

De plant kan nakomelingen met een andere bloemkleur krijgen.

d)

De plant krijgt alleen maar nakomelingen met dezelfde bloemkleur

15.

Het allel voor navel-sinaasappels (b) is recessief ten opzichte van het allel voor een normale sinaasappel (B). Welk fenotype heeft een sinaasappel met genotype BB?

a)

Navel-sinaasappel

b)

Normale sinaasappel

c)

Het is stiekem een peer

16.

Het allel voor navel-sinaasappels (b) is recessief ten opzichte van het allel voor een normale sinaasappel (B). Welk genotype heeft een navelsinaasappel?

a)

BB

b)

Bb

c)

bb

d)

b

17.

Bij varkens is het gen voor lange oren dominant over dat voor korte oren. Twee homozygote varkens worden met elkaar gekruist; de ene heeft lange oren, de andere korte oren.Hoe groot is de kans dat de eerste nakomeling heterozygoot is voor de eigenschap oorlengte? Maak op een blaadje een kruisingsschema als dat nodig is om deze vraag te beantwoorden.

a)

0%

b)

25%

c)

50%

d)

75%

e)

100%

18.

Wolter heeft een erfelijke aandoening. Zijn beide ouders hebben het allel voor deze ziekte ook, maar zijn gezond.

Van welk soort overerving is deze ziekte een voorbeeld? Noteer de hoofdletter van je antwoord.

a)

Dominante overerving

b)

Recessieve overerving

c)

Geslachtsgebonden dominante overerving

d)

Geslachtsgebonden recessieve overerving

19.

Welke eigenschap is domant? Zwart of wit?

a)

Zwart

b)

Wit

c)

Dat kun je niet zeggen

20.

Welke ouders zijn hetrozygoot?

a)

11 en 12

b)

6 en 7

c)

9 en 10

d)

13 en 14

21.

Bij de mens is het gen voor bruine ogen (B) dominant over dat van blauwe ogen (b). Het gen voor linkshandigheid (f) is recessief ten opzichte van dat voor rechtshandigheid (F). Een bepaald persoon heeft als genotype Bbff

Wat is het fenotype van dit persoon?

a)

Blauwe ogen en rechtshandig

b)

Blauwe ogen en linkshandig

c)

Bruine ogen en rechtshandig

d)

Bruine ogen en linkshandig.

22.

Bij runderen is het gen voor hoornloos dominant over dat van gehoornd. De stamboom is niet volledig.

Wat is het genotype van ? (het vraagteken).

a)
b)
c)
d)
23.

Wat weet je van nummer 15?

a)

Homozygoot recessief

b)

Homozygoot dominant

c)

Heterozygoot dominant

d)

Heterozygoot recessief