NEW
Font size
WorksheetsWerkwoordspelling
Total questions: 11
Worksheet time: 4mins
Hij (beantwoorden v.t.) deze vraag.
beantwoorde
beantwoordt
beantwoordde
beantwoorden
Mevrouw Veenstra is de afgelopen dagen ziek (zijn).
geweest
geworden
gewezen
Als je nog mee op kamp wilt: (melden) je nu aan!
meld
meldt
Morgen (worden) mijn salaris gestort.
wort
word
wordt
Aan de uitvoering van het toneelstuk is flink (schaven).
geschaven
geschaaft
geschaafdt
geschaafd
Denk jij dat zij veel plezier (beleven)?
beleefd
beleeft
beleefdt
In die fraaie boerderij (woeden) vorig jaar een stevige brand.
woedde
woede
woedden
Het (verwoesten) gebouw, staat er verlaten bij.
verwoestte
verwoestten
verwoeste
verwoesste
De (verlichten) straten waren prachtig om te zien.
verlichten
verlichte
verlichtte
verlichtten
De jongen (ontbloten) zijn bovenarm, omdat er een behoorlijke schaafwond zat.
ontblootte
ontblootten
ontbloote
ontblote
Op de (ontbloten) arm was inderdaad een behoorlijke wond te zien.
ontbloten
ontblootte
ontblote
