wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Werkwoordspelling

Total questions: 25

Worksheet time: 2hrs 5mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de goede vorm van het werkwoord?


Wij (a)   (redden) de wereld alleen met elkaar.

2.

Wat is de goede vorm van het werkwoord?


Rachid (a)   (kleuren) op het papier.

3.

Wat is de goede vorm van het werkwoord?


Gani (a)   (graven) gisteren een diepe kuil.

4.

Wat is de goede vorm van het werkwoord?


Kevin heeft de tuinman (a)   (begroeten).

5.

Wat is de goede vorm van het werkwoord?


Tamara (a)   (vangen) twee vliegen in één klap.

6.

Wat is de goede vorm van het werkwoord?


Ik (a)   (weten) alle hoofdsteden van Europa.

7.

Wat is de goede vorm van het werkwoord?


Wij zijn eerste (a)   (worden).

8.

Wat is de goede vorm van het werkwoord?


Naomi heeft een verhaal (a)   (schrijven).

9.

Wat is de goede vorm van het werkwoord?


Albert (a)   (zwemmen) graag in het donker.

10.

Wat is de goede vorm van het werkwoord?


De vlinders (a)   (vliegen) de afgelopen maand steeds door de tuin.

11.

Wat is de goede vorm van het werkwoord?


De kinderen (a)   (rennen) vorige maand om het schoolgebouw.

12.

Wat is de goede vorm van het werkwoord?


Ik (a)   (gieten) limonade in een kan.

13.

Wat is de goede vorm van het werkwoord?


Vorige week (a)   (verwoesten) ik mijn werkstuk.

14.

Wat is de goede vorm van het werkwoord?


Wij (a)   (schaatsen) gisteren een paar uur achter elkaar.

15.

Wat is de goede vorm van het werkwoord?


Jij (a)   (leggen) 't bovenop mijn deken.

16.

Wat is de goede vorm van het werkwoord?


Zij (a)   (knutselen) vorige week een mooie collage.

17.

Wat is de goede vorm van het werkwoord?


(a)   (snijden) jij de kaas in plakjes.

18.

Wat is de goede vorm van het werkwoord?


Vorig jaar (a)   (praten) ik alleen maar over katten.

19.

Wat is de goede vorm van het werkwoord?


(a)   (doen) je gisteren wel mee?

20.

Wat is de goede vorm van het werkwoord?


De meester (a)   (knippen) de afgelopen dagen elke dag een stukje uit de krant.

21.

LET OP. LEES DE UITLEG!

Wat is de goede vorm van het werkwoord?


Vader kijkt naar het (a)   (verven) tuinhuisje.

22.

LET OP. LEES DE UITLEG!

Wat is de goede vorm van het werkwoord?


In de lente staat de wei vol met (a)   (scheren) schapen.

23.

LET OP. LEES DE UITLEG!

Wat is de goede vorm van het werkwoord?


Freek vindt het (a)   (aanbranden) eten niet lekker.

24.

LET OP. LEES DE UITLEG!

Wat is de goede vorm van het werkwoord?


Els reed naar huis met haar (a)   (plakken) band.

25.

LET OP. LEES DE UITLEG!

Wat is de goede vorm van het werkwoord?


Jan ziet de (a)   (vergroten) foto.