wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Paragraaf 2.2 & 2.4

Total questions: 16

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

In welk jaar kwam de latere koning Willem I aan in Scheveningen?

a)

1815

b)

1848

c)

1813

d)

1810

2.

Wat is de juiste omschrijving van een staatshoofd?

a)

Aanvoerder van de regering

b)

Hoogste persoon in een land, maar niet altijd degene met de meeste macht

c)

De baas van een land

d)

De leider van een politieke partij

3.

Waar of niet waar? Koning Willem I mocht zelf de ministers benoemen en ontslaan.

a)

Waar

b)

Niet waar

4.

Wat mocht koning Willem I nog meer allemaal zelf bepalen?

a)

Het leger, de kolonies, de binnenlandse politiek.

b)

Het leger, de schatkist, de kolonies en de buitenlandse politiek.

c)

De kolonies, de schatkist en de buitenlandse politiek.

d)

De kolonies, de schatkist en het leger.

5.

In welk jaar werd België een onafhankelijk land?

a)

1910

b)

1815

c)

1848

d)

1830

6.

Welk begrip hoort bij deze omschrijving? Politieke systeem waarbij een gekozen parlement de macht heeft.

(a)  

7.

In welk jaar werd de nieuwe grondwet gemaakt?

a)

1818

b)

1848

c)

1919

d)

1830

8.

Bij welke politieke groep hoort deze poster?

a)

Socialisme

b)

Liberalisme

c)

Confessionalisme

d)

Feminisme

9.

Bij welke politieke partij hoort deze omschrijving? Deze groep komt op voor de gelijke rechten voor gelovigen.

(a)  

10.

Bij welke politieke groep horen deze mensen?

a)

Communisten

b)

Feministen

c)

Socialisme

d)

Liberalisme

11.

Communisten wilden aan de macht komen via?

a)

De democratie

b)

Het parlement

c)

De koning

d)

Geweld

12.

Sociaaldemocraten wilden aan de macht komen via?

a)

De democratie

b)

Geweld

c)

De koning

d)

Het leger

13.

Socialisten komen op voor de …?

a)

Arbeiders

b)

Vrijheid van mensen

c)

Gelovigen

d)

Rijke mensen

14.

Waar of niet waar? Liberalen willen zoveel mogelijk wetten.

a)

Waar

b)

Niet waar

15.

Welk begrip wordt hier omschreven? Niet-openbare scholen.

(a)  

16.

Sinds wanneer hebben we algemeen kiesrecht in Nederland?

a)

1848

b)

1830

c)

1919

d)

1945