wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H9 Bloed 4Bbi2

Total questions: 18

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

op deze afbeelding zie je?

a)

rode bloedcellen

b)

witte bloedcellen

c)

bloedplaatjes

d)

bacteriën

2.

wat is de functie van deze bloedcel?

a)

ziekteverwekkers bestrijden

b)

zuurstof vervoeren

c)

bloed laten stollen

3.

welke soort cellen kunnen door de want van het bloedvat heen?

a)

witte bloedcellen

b)

rode bloedcellen

c)

bloedplaatjes

d)

bacteriën

4.

de vloeistof die nu boven in de buis zit, is voor ....

a)

stolling van het bloed

b)

afweer tegen ziekteverwekkers

c)

zuurstoftransport

d)

vervoer van opgeloste stoffen

5.

waar of niet waar:

bloedplaatjes spelen een rol bij de bloedstolling

a)

waar

b)

niet waar

6.

Bij bloedarmoede heb je een te kort aan het mineraal ...

(a)  

7.

waar of niet waar:

rode bloedcellen hebben een celkern

a)

waar

b)

niet waar

8.

formule van verbranding. Welke stof moet er op de puntjes komen te staan?:

zuurstof + ........... -> koolstofdioxide + water + energie

a)

zuurstof

b)

koolhydraten

c)

glucose

d)

vitaminen

9.

Door welk orgaanstelsel komt er glucose in je bloed?

a)

bloedvatenstelsel

b)

verteringstelsel

c)

ademhalingsstelsel

d)

zenuwstelsel

10.

door welk orgaanstelsel komt er zuurstof in je bloed

a)

bloedvatenstelsel

b)

verteringstelsel

c)

ademhalingsstelsel

d)

zenuwstelsel

11.

Bloed heeft 4 taken, namelijk:

1 vervoeren van zuurstof

2 lichaam op temperatuur houden

3 wondjes dichtmaken

4 ?

a)

bloedcellen maken

b)

bloed vervoeren

c)

ziekteverwekkers bestrijden

12.

waar of niet waar:

de kleine bloedsomloop gaat als volgt:

hart - longen - hart

a)

waar

b)

niet waar

13.

waar of niet waar:

Bij de grote bloedsomloop gaat via de longslagader het bloed naar alle organen toe.

a)

waar

b)

niet waar

14.

Het bloedvat dat vanaf het hart naar de nieren loopt noemen we:

a)

nierslagader

b)

nierhaarvat

c)

nierader

15.

waar of niet waar:

de bloedvaten die vanaf het hart naar de organen gaan vervoeren zuurstofrijk bloed

a)

waar

b)

niet waar

16.

het bloedvat die vanaf het orgaan terug gaat naar het hart noemen we: ...

a)

slagader

b)

haarvat

c)

ader

17.

welk bloedvat heeft een hele dunne wand, waardoor zuurstof en voedingsstoffen vanuit het bloed naar de cellen kan gaan.

a)

slagader

b)

haarvat

c)

ader

18.

het bloedvat dat vanaf de dunne darm naar de lever gaat noemen we:

a)

dunne darmader

b)

leverslagader

c)

leverader

d)

poortader