WorksheetsTheoriebegrippen verhaalanalyse
Total questions: 53
Worksheet time: 27mins
Waar of niet waar? 'Een boek kan maar één vertelperspectief hebben'
waar
niet waar
Bij een personaal perspectief:
weet je alleen van de hoofdpersoon wat hij denkt en voelt
weet je van meerdere personages wat ze denken en voelen
weet je van zowel hoofdpersoon als bijfiguren wat ze denken/voelen
geen van allen
De alwetende verteller:
laat alleen de gedachten/gevoelens van de hoofdpersoon zien
laat de gedachten/gevoelens van meerdere personages zien
schrijft altijd in de ik-vorm
gebruikt altijd een chronologische volgorde
Een fictief verhaal kan realistisch zijn.
Waar
Niet waar
Stelling: fictie is altijd verzonnen
Waar
Niet waar
Wat is geen omschrijving van de historische tijd?
Het heden
De jaren '50
De oudheid
's Middags
Wat zijn functies van de ruimte? Meerdere antwoorden.
Karakterisering van een personage
Sfeertekening bij het verhaal
Symbolisch: de ruimte staat symbool voor iets
Vertelinstantie (perspectief) is niet hetzelfde als het personage.
Niet waar
Waar
De vertelde tijd is:
De tijdsduur in het verhaal
De tijd die nodig is om het verhaal te lezen (in pagina’s/omvang)
De historische tijd waarin het verhaal zich afspeelt.
De tijd die beschreven wordt door de verteller.
De verteltijd is:
De tijdsduur in het verhaal
De tijd die nodig is om het verhaal te lezen (in pagina’s/omvang)
De historische tijd waarin het verhaal zich afspeelt.
De tijd die beschreven wordt door de verteller.
In een chronologisch verhaal wordt het verhaal van begin tot eind in de juiste volgorde verteld.
Juist
Onjuist
Bij een auctoriaal perspectief wordt het verhaal vanuit de ik-persoon verteld.
Juist
Onjuist
Een voorwerp kan een leidmotief zijn.
Juist
Onjuist
Welk perspectief zie je hier?
Ze stapte uit de auto, maar bleef met haar jas aan de gordel hangen. Ze viel recht vooruit met haar kin op de stoep. Dat gaat er niet mooi uitzien, dacht ze.
Ik-perspectief
Personaal perspectief
Auctoriaal perspectief
Welk perspectief zie je hier? Hij wist nog niet dat, op datzelfde moment, driehonderd kilometer verderop, de koning bezig was een executiebevel op te stellen.
Ik-perspectief
Personaal perspectief
Auctoriaal perspectief
Wat is geen middel waarmee een schrijver spanning creeërt?
Cliffhanger
Ruimte
Vooruitwijzing
Bijfiguren
Wat is een round charakter?
Oppervlakkig uitgewerkte personages
Een gecompliceerd personage dat vaak een ontwikkeling doormaakt
Personages met een duidelijk omschreven uiterlijk
Welk begrip herken je in de volgende situatie? De ik-persoon droomt over gebeurtenissen uit het verleden.
Tijdversnelling
Tijdsprong
Flashback
Spanning
Welk begrip herken je in de volgende omschrijving? Iets wat voor de lezer verborgen wordt gehouden, iets wat het verhaal (voorlopig) verzwijgt.
Flashback
Ruimte
Open plek
Motief
Welk begrip herken je in de volgende omschrijving? Het verhaal op een spannend moment afbreken.
Thema
Perspectief
Open plek
Cliffhanger
Welk begrip herken je in de volgende situatie? Een onderdeel van het verhaal wordt heel uitvoerig beschreven.
Tijdvertraging
Chronologie
Flashback
Open plek
Een alwetende verteller is...
Betrouwbaar
Onbetrouwbaar
Welke uitspraak is WAAR? (klik TWEE antwoorden aan)
In zakelijke teksten wordt de informatie zo eenduidig mogelijk aan jou gepresenteerd.
Bij literaire teksten is er altijd sprake van meerduidigheid.
Bij literaire teksten is er altijd sprake van eenduidigheid.
In zakelijke teksten wordt de informatie zo meerduidig mogelijk aan jou gepresenteerd.
Welke uitspraak is NIET WAAR?
Een bijzondere vorm van terugwijzing is de flashback.
Terugverwijzingen zijn kort, hooguit een paar zinnen.
Vooruitwijzingen zijn lang, meestal wordt de chronologie er een poosje door onderbroken.
Flashbacks zijn lang, meestal wordt de chronologie er een poosje door onderbroken.
Wat is een ander begrip voor 'alwetende verteller'?
ik-verteller
personale verteller
auctoriale/auctoriële verteller
meervoudige ik-vertelinstantie
Wat is GEEN genre?
sprookje
roman
science-fiction
detective
Welke vertelinstantie is niet merkbaar in het verhaal aanwezig?
auctoriale vertelinstantie
ik-vertelinstantie
personale-vertelinstantie
meervoudige vertelinstantie
Welke twee uitspraken kloppen met betrekking tot de begrippen uit de verhaalanalyse 'verteltijd' en 'vertelde tijd'?
Dus twee antwoorden aanvinken.
De vertelde tijd is de tijd die je nodig hebt om een tekst te lezen.
De verteltijd is de tijd die je nodig hebt om een tekst te lezen.
De vertelde tijd is de tijd die de gebeurtenissen in de geschiedenis (de chronologische volgorde van de gebeurtenissen) in beslag nemen.
De verteltijd is de tijd die de gebeurtenissen in de geschiedenis (de chronologische volgorde van de gebeurtenissen) in beslag nemen.
Romans zijn vaak...
Chronologisch
Niet-chronologisch
Bepaalde (onbelangrijke) stukken enkele woorden of regels samengevat. Dit is...
tijdvertraging
tijdsprong
tijdverdichting
Het auto-ongeluk van het hoofdpersonage wordt uitzonderlijk traag beschreven. Het begrip dat bij dit voorbeeld hoort is: ...
(a)
Liefde, dood, verstoorde (ouder-kind)relaties, schuld en boete, verval en ouderdom zijn voorbeelden van: ...
(a)
Het terugkeren van situaties, gevoelens, opvattingen of gebeurtenissen, noem je ...
(a)
Het steeds terugkeren van een bepaald woord of voorwerp of een ongewijzigd voorkomende zin in een verhaal noem je een ...
Thema
Leidmotief
Verhaalmotief
Cliffhanger
Een naam die iets weergeeft van het karakter van het personage noem je
Een karakternaam
Een identiteitsnaam
Een persoonlijke naam
Een sprekende naam
Een rustige prettige ruimte in een kabbelend rustig verhaal.
De ruimte is hier bevestigend.
De ruimte is hier tegengesteld.
Een rustige, prettige ruimte met een onwaarschijnlijke onrustige spannende wending aan het verhaal.
De ruimte is hier bevestigend.
De ruimte is hier tegengesteld.
Open plekken zijn plekken in het verhaal die vragen oproepen.
Juist
Onjuist
Bij een gesloten einde blijven veel zaken open en daardoor misschien onduidelijk.
Juist
Onjuist
Welke afbeeldingen horen bij non-fictie? (Meerdere antwoorden zijn goed)
Welk begrip hoort bij deze omschrijving? Een klein of groter tekstgedeelte dat voor jou onduidelijk is en dat vragen bij je oproept.
motief
titelverklaring
open plek
flashback
Bij welk verhaaleinde zijn er nog oningevulde open plekken voor jou als lezer?
Gesloten einde
Open einde
Als je een hoofdpersoon leert kennen door een opsomming van karaktereigenschappen, uiterlijk en innerlijk, dan leer je hem kennen op...
... directe manier.
... indirecte manier.
Als je een mening hebt over het gedrag van de hoofdpersoon, dan kun je een oordeel vormen op basis van:
het uiterlijk en een psychologische benadering
een psychologische benadering en normen en waarden
normen en waarden en setting
setting en uiterlijk
Het centrale probleem in een roman noem je:
motto
titel
thema
genre
Als je een personage leert kennen door wat hij doet en zegt dan leer je deze persoon kennen op een...
directe manier
indirecte manier
De vertelinstantie in verhalen met meer dan één ik-verteller noem je:
een meervoudige ik-vertelinstantie
een personale vertelinstantie
een auctoriale vertelinstantie
Als de verteller van alle personages weet wat ze denken, doen en voelen. Dan is dit ...
Auctoriaal perspectief
Personaal perspectief
Ik-perspectief
Een open plek kan ontstaan door ...
... een vermoeden over de (af)loop van het verhaal.
... handelingen van de personages.
... een informatieachterstand van de lezer.
... een gesloten einde.
