wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

oefentoets Hoofdstuk 3

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het symbool voor ijzer?

a)

IJ

b)

I

c)

Fe

d)

Pb

2.

Wat is het symbool voor tin?

a)

Zn

b)

Sn

c)

T

d)

Ti

3.

Wat is het symbool voor zilver?

a)

Z

b)

Zr

c)

Hg

d)

Ag

4.

Waaraan kan je een legering herkennen?

a)

Een legering heeft altijd is een vaste fase een glimmend oppervlakte.

b)

Een legering geleid altijd erg goed warmte.

c)

Een legering is een onedel betaal, het roest dus erg snel.

d)

Een legering heeft geen vast kookpunt.

5.

Wat is de verzamelnaam van de laatste kolom?

a)

Edelgassen

b)

Halogenen

c)

Alkalimetalen

d)

Aardalkalimetalen

6.

Hoeveel zwavelatomen zitten er in 5 SnS moleculen?

a)

5

b)

10

c)

2

d)

1

7.

In het molecuul zinksulfaat zitten per molecuul een zinkatoom, een zwavelatoom en vier zuurstofatomen. Geef de molecuulformule van zinksulfaat.

a)

4 ZnSO4\ ZnSO

b)

SnSO4SnSO_4

c)

ZnSO4ZnSO_4

d)

4 ZnS4O4\ ZnS_4O

8.

Geef de molecuulformule van ethanol.

a)

C2H5OHC_2H_5OH

b)

CH4CH_4

c)

H2SO4H_2SO_4

d)

NH3NH_3

9.

 C2H12O2N4C_2H_{12}O_2N_4  
Hierboven staat de molecuulformule van cafeïne. Hoe veel atoomsoorten zitten er in dit molecuul?

a)

3 atoomsoorten

b)

18 atoomsoorten

c)

20 atoomsoorten

d)

4 atoomsoorten

10.

Bereken het massapercentage koolstof in ethanol. 
C = 12,01 u 
H = 1,008 u
O = 16,00 u

a)

0,52%

b)

45,1%

c)

52,1%

d)

0,45%

11.

 C153H225N43O49SC_{153}H_{225}N_{43}O_{49}S  

Glucagon is een hormoon wat in je lichaam wordt aangemaakt om je suikerspiegel in je bloed te kunnen regelen, als je bijvoorbeeld gaat sporten zorgt dit hormoon ervoor dat er meer glucose wordt aangemaakt, zodat wij niet flauw vallen. Glucagon bestaat voor 17,3% uit stikstof en heeft de bovenstaande molecuulformule. Hoeveel gram stikstof zit er 2 microgram glucagon?

a)

0,00035 gram

b)

0,35 gram

c)

0,0034 gram

d)

0,000034 gram

12.

Hoeveel gram zuurstof zit er in 5 gram natriumhydroxide (NaOH).

Na = 22,99 u

O = 16,00 u

H = 1,008 u

a)

40 gram

b)

2 gram

c)

20 gram

d)

4 gram

13.

Bereken het massapercentage magnesium in het molecuul MgO.

Mg = 24,31 u

O = 16,00 u

a)

60,3%

b)

0,63%

c)

50%

d)

39,7%

14.

 5 Fe(OH)35\ Fe\left(OH\right)_3  

Hoeveel waterstof atomen zitten er in de bovenstaande moleculen?

a)

3

b)

5

c)

15

d)

8

15.

Welke definitie past er bij een verbinding?

a)

Een verbinding is een molecuul die bestaat uit meerdere atoomsoorten.

b)

Een verbinding is een stof die bestaat uit meerdere molecuulsoorten.

c)

Een verbinding krijg je op het moment dat je dat er een verbinding ontstaat tussen verschillende moleculen.

d)

Een verbinding krijg je op het moment dat je een er een verbinding ontstaat tussen verschillende atomen.