wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

BioQuiz - thema 2 - bs 3

Total questions: 24

Worksheet time: 48mins

Name
Class
Date
1.

Bouwstenen van een organisme worden ... genoemd.

(a)  

2.

Kies de beste omschrijving(en) van hoe een cel eruit ziet.

a)

Een kleine platte bouwsteen.

b)

Een kleine vierkante bouwsteen.

c)

Een kleine ronde bouwsteen.

d)

Een kleine kubusvormige bouwsteen.

3.

Op de afbeelding is een ... te zien.

a)

celorganel

b)

cel

c)

weefsel

d)

orgaan

4.

Een groep cellen met dezelfde vorm en functie noem je een ...

a)

organenstelsel

b)

orgaan

c)

weefsel

d)

celorganellen

5.

Er zijn een heleboel verschillende type cellen (zie afbeelding). De vorm van een cel hangt af van de ... van de cel.

(a)  

6.

In een weefsel ligt tussen de cellen ...

a)

tussencelstof

b)

celorganellen

c)

huidmondjes

d)

cambium

7.

Op de afbeelding is een doorsnede van een blad weergegeven. De bovenkant en de onderkant van het blad bestaan uit één laag cellen. Hoe heet dit weefsel?

(a)  

8.

Op de afbeelding is een doorsnede van een blad weergegeven. De bovenkant en de onderkant van het blad bestaan uit één laag cellen. Wat is de functie van dit weefsel?

a)

Uitwisselen van koolstofdioxide en zuurstof.

b)

Beschermen tegen beschadiging van de plant. 

c)

Opnemen van water dat door de regen op het blad terecht komt.

d)

Beschermen tegen ziekteverwekkers.

9.

Op de afbeelding is een doorsnede van een blad weergegeven. De bovenkant en de onderkant van het blad bestaan opperhuidcellen. Tussen deze cellen liggen ...



(a)  

10.

Een huidmondje bestaat uit twee langwerpige cellen met daartussen een kleine opening. Wat is de juiste functie van een huidmondje?

a)

Nemen koolstofdioxide op en geven zuurstof aan de lucht af.

b)

Nemen zuurstof op en geven koolstofdioxide aan de lucht af.

c)

Nemen koolstofdioxide en water op en geven zuurstof aan de lucht af.

d)

Nemen zuurstof en water op en geven koolstofdioxide aan de lucht af.

11.

Als een huidmondje open is, ... het blad.

Daarom hebben veel planten vooral huidmondjes aan de ... van de bladeren.

a)

verdampt er water uit - onderkant

b)

wordt er veel water opgenomen in - onderkant

c)

verdampt er water uit - bovenkant

d)

wordt er veel water opgenomen in - bovenkant

12.

Dicht onder de schors ligt een belangrijk weefsel voor de boom. Hoe wordt dit weefsel genoemd?



(a)  

13.

Als een plant uitdroogt, ... de huidmondjes, omdat ...

a)

sluiten - er dan veel minder water verdampt.

b)

openen - er dan water opgenomen kan worden.

c)

sluiten - er dan water opgenomen kan worden.

d)

openen - er dan veel minder water verdampt.

14.

Wat is de functie van het cambium?

a)

Het vormen van nieuw schors aan de buitenkant van de stam.

b)

Het vormen van nieuw schors aan de binnenkant van de stam.

c)

Het vormen van nieuw hout richting het midden van de stam.

d)

Het vormen van nieuw hout richting de buitenkant van de stam.

15.

In welk(e) seizoen(en) maakt het cambium nieuw hout aan?

a)

winter

b)

herfst

c)

zomer

d)

lente

16.

In welk(e) seizoen(en) maakt het cambium het meeste hout aan?

a)

winter

b)

herfst

c)

zomer

d)

lente

17.

Wat is de juiste omschrijving van een jaarring?

a)

Een jaarring bestaat uit het hout dat in de lente is gevormd.

b)

Een jaarring bestaat uit het hout dat in de zomer is gevormd.

c)

Een jaarring bestaat uit het hout dat in één jaar is gevormd.

d)

Een jaarring bestaat uit het hout dat in twee jaar is gevormd.

18.

Waar bevindt zich het jongste hout (het hout dat het laatste ontstaan is) van de stam?

a)

In het midden van de stam.

b)

De schors is het jongste hout.

c)

Direct onder de schors.

d)

Alle lichte delen van de schors zijn het jongste.

19.

Een jaarring bestaat uit een donker laagje en een licht laagje. Het lichte laagje is gemaakt in de ... en het donkere laagje is gemaakt in de ...

a)

lente - winter.

b)

herfst - zomer.

c)

lente - zomer.

d)

zomer - lente.

20.

Hoe kun je erachter komen hoe oud een boom is?

a)

De diameter van een doorgezaagde boom meten.

b)

De dikte van de schors meten. 

c)

De jaarringen tellen.

d)

Een nieuwe boom planten van dezelfde soort en bijhouden tot hij even groot is als de boom waarvan je de leeftijd wilt weten.

21.

Welke letter geeft een deel van het blad aan dat uit één soort weefsel bestaat?

a)

P

b)

Q

c)

R

d)

P & Q

e)

Q & R

22.

De afbeelding geeft een deel van de opperhuid van een blad weer met een huidmondje.

De letters P en Q geven twee cellen aan. Behoren cel P en cel Q tot hetzelfde soort weefsel? Leg je antwoord uit.

a)

Ja, ze liggen tegen elkaar aan.

b)

Ja, ze hebben dezelfde vorm.

c)

Nee, ze hebben een andere bouw en functie.

23.

Kirsten krijgt de opdracht een preparaat van een weefsel te bekijken.

Welk van deze preparaten moet Kirsten dan bekijken?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

24.

Waar staat de juiste volgorde van klein naar groot?

a)

cel - weefsel - orgaan - organisme - orgaanstelsel

b)

cel - orgaan - weefsel - orgaanstelsel - organisme

c)

cel - weefsel - orgaan - orgaanstelsel - organisme

d)

weefsel - cel - orgaan - orgaanstelsel - organisme