WorksheetsGrammatica t/m nwg - 2VT1
Total questions: 15
Worksheet time: 8mins
Wat is het meewerkend voorwerp in de volgende zin? "Een rijke bankier wil de noodlijdende amateurvoetbalclubs gratis voetbaltenues geven."
(a)
Wat is 'op woensdag 6 januari' voor zinsdeel in de volgende zin? "Op woensdag 6 januari is Nederland begonnen met het vaccineren van mensen tegen corona."
Bijvoeglijke bepaling
Lijdend voorwerp
Bijwoordelijke bepaling
Voorzetselvoorwerp
Hoeveel bijvoeglijke bepalingen heeft de volgende zin? "Mijn tante zorgt voor de kat van de buren."
1
2
3
Geen
Hoe noem je 'de hoofdstad van Spanje' in de volgende zin? "In Madrid, de hoofdstad van Spanje, vriest het erg hard."
Bijvoeglijke bepaling
Bijwoordelijke bepaling
Onderwerp
Bijstelling
Welk voornaamwoord is altijd een wederkerig voornaamwoord?
(a)
Wat is het wederkerende voornaamwoord in de volgende zin? "Zij schaamde zich voor het gedrag van haar moeder."
(a)
Wat is 'onze' in de volgende zin? "Wij krijgen met Kerst een kerstpakket van onze werkgever."
Persoonlijk voornaamwoord
Bezittelijk voornaamwoord
Wederkerend voornaamwoord
Wat is het voorzetselvoorwerp in de volgende zin? "De buurtbewoners klagen al maanden over de geluidsoverlast van de hangjongeren."
over de geluidsoverlast van de hangjongeren
over het geluidsoverlast
klagen over
van de hangjongeren
Een koppelwerkwoord komt voor in een werkwoordelijk gezegde.
Waar
Niet waar
Wat is het naamwoordelijk gezegde in de volgende zin? "Nederlands schijnt hun lievelingsvak te zijn."
Schijnt te zijn
Schijnt hun lievelingsvak te zijn
hun lievelingsvak
hun lievelingsvak te zijn
Een naamwoordelijk gezegde bestaat uit twee delen: werkwoordelijk deel en een naamwoordelijk deel.
Niet waar
Waar
Wat is het naamwoordelijk gezegde in de volgende zin? "Ons nieuwe huis is mooi geworden."
(a)
Welke voornaamwoorden kom je tegen in de volgende zin? "Ik schaam me voor mijn onvoldoende voor wiskunde."
Persoonlijk voornaamwoord, wederkerig voornaamwoord
Persoonlijk voornaamwoord, wederkerend voornaamwoord, wederkerig voornaamwoord
Persoonlijk voornaamwoord, wederkerend voornaamwoord, bezittelijk voornaamwoord
Bezittelijk voornaamwoord, wederkerend voornaamwoord
Wat is 'zij' voor voornaamwoord in de volgende zin? "Zij gaan volgende week op vakantie naar Frankrijk."
Persoonlijk voornaamwoord
Wederkerend voornaamwoord
Wederkerig voornaamwoord
Bezittelijk voornaamwoord
Wat is het koppelwerkwoord in de volgende zin? "De doktersassistente kwam mij bekend voor.
(a)
