wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Sportleider als begeleider doelgroepen/peuter tot adolescent

Total questions: 25

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Hoe wordt er onderscheid gemaakt in een doelgroep?

a)

Leeftijd

b)

Talent

c)

Gemeenschappelijke kenmerken

d)

Financiële situatie

2.

Waarom moet je doelgroepen onderscheiden?

a)

Anders wordt het te druk.

b)

Makkelijker te organiseren.

c)

Dan is er meer duidelijkheid voor de docent en zijn er overeenkomsten tussen de deelnemers.

d)

Kan je meer geld mee verdienen.

3.

Lichamelijke welzijn ....

a)

heeft te maken met je lichaam

b)

heeft te maken met je gezondheid

c)

heeft te maken met je talent voor bewegen

d)

heeft te maken met je lichaam en gezondheid

4.

Geestelijk welzijn....

a)

heeft te maken met gevoel, verstand en ontwikkelingsmogelijkheden.

b)

heeft te maken met intelligentie.

c)

heeft te maken met rijkdom.

d)

heeft te maken met psychische problemen.

5.

Welke leeftijd heeft een kleuter?

a)

0 tot 4 jaar

b)

2 tot 6 jaar

c)

4 tot 6 jaar

d)

4 tot 12 jaar

6.

Motorische vaardigheden van een kleuter zijn....

a)

grove motoriek, kan goed bewegen zonder te vallen.

b)

grove motoriek, kan heel lang en geduldig werken aan beter worden.

c)

fijne motoriek, kan goed leren schrijven en tekenen.

d)

fijne motoriek, kan met name de fijne bewegingen goed uitvoeren.

7.

Wat is juist?

a)

kleuters hebben geen moeite met lange inspanningen.

b)

kleuters hebben nog moeite om een inspanning een wat langere tijd vol te houden.

c)

Kleuters hebben veel voordeel bij duurtraining.

8.

Cognitieve ontwikkeling van een kleuter wordt gekenmerkt door: Concreet denken, taalontwikkeling richting het maken van hele zinnen en....

a)

fantasie en schoolrijpheid

b)

fantasie en geweten

c)

schoolrijpheid en geweten

d)

alle antwoorden zijn juist

9.

Wat betekent schoolrijp zijn: Een kleuter moet....

a)

zindelijk zijn

b)

aanpassen en samenwerken met andere kinderen

c)

zich kunnen concentreren en communiceren middels taal

d)

alle bovenstaande antwoorden zijn juist

10.

De kleuter krijgt besef wat juist en is onjuist, lief en stout en krijgt een schuldgevoel.

a)

juist

b)

onjuist

11.

De fantasie wereld van een kleuter is groter dan die van een peuter

a)

juist

b)

onjuist

12.

Welke leeftijd heeft het jonge schoolkind?

a)

4 tot 12 jaar

b)

8 tot 12 jaar

c)

6 tot 9 jaar

d)

6 tot 16 jaar

13.

Welke lichamelijke ontwikkeling vind plaats bij het jonge schoolkind?

a)

aandacht voor leren en oefenen

b)

motorische ontwikkeling met name door goede oog hand coördinatie

c)

hoge sportdeelname en ontstaan van spelinzicht

d)

alle bovenstaande zijn juist

14.

Het jonge schoolkind en de motorische ontwikkeling:

a)

handen kunnen nog niet afzonderlijk van elkaar bewegen

b)

handschrift wordt echt goed en netjes

c)

lange krachtsinspanningen zijn goed vol te houden

d)

melkzuursysteem is volledig ontwikkeld

15.

Leren en oefenen met het jonge schoolkind voor jou als sportleider

a)

Kan lang en geconcentreerd met hetzelfde bezig zijn om te oefenen. (hier rekening mee houden als sportleider)

b)

Is nog niet prestatie gericht. (hier rekening mee houden als sportleider)

c)

Leren omgaan met winnen en verliezen gebeurd nog niet in deze fase. (hier rekening mee houden als sportleider)

d)

Kinderen zijn bezig met beide sekse en maken hier nog geen onderscheid in. (hier rekening mee houden als sportleider)

16.

Het jonge schoolkind is zeer beweeglijk en energiek

a)

juist

b)

onjuist

17.

Welke leeftijd heeft het oudere schoolkind?

a)

12 tot 16 jaar

b)

9 tot 12 jaar

c)

6 tot 12 jaar

d)

8 tot 10 jaar

18.

Wat is pesten?

a)

pesten is vervelend doen tegen elkaar

b)

pesten is het systematisch uitoefenen van psychische en/of fysieke mishandeling door een of meerdere individuen

c)

pesten is ongevraagd iets negatiefs tegen een ander zeggen

d)

Bij pesten is er sprake van incidenten

19.

Pubers ruziën met hun ouders voornamelijk over

a)

huisregels

b)

huiswerk

c)

geld en vrije tijd

d)

alle antwoorden zijn juist

20.

Lichamelijke ontwikkeling van een puber kenmerkt zich door verschil tussen jongens en meisjes, lichamelijke veranderingen, groeispurt, lichaamsbeleving en sportdeelname. Waarom komt dit met name?

a)

Hormonen

b)

Seksuele voorkeur

c)

Cultuur

d)

Alle antwoorden zijn juist

21.

Wanneer start de groeispurt van meisjes gemiddeld?

a)

ongeveer 11,5 jaar oud

b)

ongeveer 13 jaar oud

c)

12 tot 16 jaar

d)

ongeveer 14 jaar oud

22.

De botten van pubers worden

a)

groter

b)

zwaarder

c)

breekbaarder

d)

dikker en zwaarder

23.

Welke motieven hebben pubers voor sportdeelname

a)

Zij worden meer prestatie gericht

b)

Zij geven meer om gezelligheid en prestatie neemt af

c)

Zij zijn vooral bezig met sporten voor een perfect lichaam

d)

Zij willen vooral beter zijn dan vrienden

24.

Pubers houden van

a)

weinig verantwoordelijkheid

b)

vraag niet of reflectie

c)

duidelijk is communicatie zijn

d)

alle antwoorden zijn onjuist

25.

De prefrontale cortex is onder ontwikkeld bij pubers. Wat zijn de gevolgen?

a)

slecht in lange termijn plannen

b)

goed in korte termijn plannen

c)

Neemt verantwoordelijk op een verantwoordelijke wijze

d)

alle antwoorden zijn onjuist