wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

vwo 5 Kap 2 Teil 1 Neue Kontakte

Total questions: 34

Worksheet time: 26mins

Name
Class
Date
1.

Vertaal het onderstreepte woord naar het Nederlands:

Wann schreibst du die Klausur

(a)  

2.

Vertaal het onderstreepte woord naar het Nederlands:

Auf Kaffee kann ich nicht verzichten.

(a)  

3.

Vertaal het onderstreepte woord naar het Nederlands:

So kurzfristig können wir nichts für Sie tun.

(a)  

4.

Vertaal het onderstreepte woord naar het Nederlands:

Ich bin richtig neidisch auf deine Schwester.

(a)  

5.

Vertaal het onderstreepte woord naar het Nederlands:

Du bist aufgrund deiner guten Resultate der Beste in deiner Klasse.

(a)  

6.

Vertaal naar het Duits en vul het goede woord in. Maak een keuze uit de volgende woorden:

belastend / bezorgen / doceren / gemiddeld / noteren / schoolvak / tabel

Ich habe seinen Namen und seine Adresse (a)  

7.

Vertaal naar het Duits en vul het goede woord in. Maak een keuze uit de volgende woorden:

belastend / bezorgen / doceren / gemiddeld / noteren / schoolvak / tabel

Wer hat als erster Professor an dieser Universität (a)  

8.

Vertaal naar het Duits en vul het goede woord in. Maak een keuze uit de volgende woorden:

belastend / bezorgen / doceren / gemiddeld / noteren / schoolvak / tabel

In dieser Spalte der (a)   stehen die Prüfungsergebnisse.

9.

Vertaal naar het Duits en vul het goede woord in. Maak een keuze uit de volgende woorden:

belastend / bezorgen / doceren / gemiddeld / noteren / schoolvak / tabel

Welches (a)   magst du am liebsten? - Ich denke, es ist Biologie.

10.

Vertaal naar het Duits en vul het goede woord in. Maak een keuze uit de volgende woorden:

belastend / bezorgen / doceren / gemiddeld / noteren / schoolvak / tabel

Die letzten Wochen waren für mich viel zu (a)  

11.

Vertaal de werkwoorden en schrijf ze in de voltooid tegenwoordige tijd ( ik ben gegaan) of in de onvoltooid verleden tijd ( ik ging) op!

bijten Dieser Hund hat mich (a)  

12.

Vertaal de werkwoorden en schrijf ze in de voltooid tegenwoordige tijd ( ik ben gegaan) of in de onvoltooid verleden tijd ( ik ging) op!

noteren Hast du seine Adresse (a)  

13.

Vertaal de werkwoorden en schrijf ze in de voltooid tegenwoordige tijd ( ik ben gegaan) of in de onvoltooid verleden tijd ( ik ging) op!

overtuigen Deine Antwort (a)   mich total.

14.

Vertaal de werkwoorden en schrijf ze in de voltooid tegenwoordige tijd ( ik ben gegaan) of in de onvoltooid verleden tijd ( ik ging) op!

schrijven Julie Zeh (a)   den Roman 'Neujahr'.

15.

Vertaal de werkwoorden en schrijf ze in de voltooid tegenwoordige tijd ( ik ben gegaan) of in de onvoltooid verleden tijd ( ik ging) op!

geven Der Professor hat uns viele Tipps (a)  

16.

Vertaal de werkwoorden en schrijf ze in de voltooid tegenwoordige tijd ( ik ben gegaan) of in de onvoltooid verleden tijd ( ik ging) op!

maken Habt ihr diese Aufgaben schon (a)   ?

17.

Vertaal de werkwoorden en schrijf ze in de voltooid tegenwoordige tijd ( ik ben gegaan) of in de onvoltooid verleden tijd ( ik ging) op!

wassen Im Mittelalter (a)   viele Leute ihre Wäche nicht selbst.

18.

Vertaal de werkwoorden en schrijf ze in de voltooid tegenwoordige tijd ( ik ben gegaan) of in de onvoltooid verleden tijd ( ik ging) op!

zijn Wann (a)   du zum letzten Mal im Schwimmbad?

19.

Vertaal de werkwoorden en schrijf ze in de voltooid tegenwoordige tijd ( ik ben gegaan) of in de onvoltooid verleden tijd ( ik ging) op!

lopen Welcher Sportler (a)   die 100 Meter unter 10 Sekunden?

20.

Vertaal de werkwoorden en schrijf ze in de voltooid tegenwoordige tijd ( ik ben gegaan) of in de onvoltooid verleden tijd ( ik ging) op!

hebben Wir haben gestern wirklich keine Zeit für dich (a)   .

21.

Vertaal de werkwoorden en schrijf ze in de voltooid tegenwoordige tijd ( ik ben gegaan) of in de onvoltooid verleden tijd ( ik ging) op!

worden Wo (a)   du geboren?

22.

Vertaal de werkwoorden en schrijf ze in de voltooid tegenwoordige tijd ( ik ben gegaan) of in de onvoltooid verleden tijd ( ik ging) op!

onderzoek verrichten An dieser Universtät (a)   die Studenten schon vor 100 Jahren nach einem Mittel gegen Grippe.

23.

Vul de zin aan en vertaal de Nederlandse woorden in het Duits.

Jana ist nicht in staat tot presteren.

(a)  

24.

Vul de zin aan en vertaal de Nederlandse woorden in het Duits.

Ich habe deinen Ordner helaas niet ontvangen.

(a)  

25.

Vul de zin aan en vertaal de Nederlandse woorden in het Duits.

Die Wissenschaftler überzeugten met hun oplossing

(a)  

26.

Vertaal de Nederlandse woorden in het Duits.


Dat is erg

(a)  

27.

Vul de zin aan en vertaal de Nederlandse woorden in het Duits.

Habt ihr an der Universität rechtswetenschap gestudeert?

(a)  

28.

Vul de zin aan en vertaal de Nederlandse woorden in het Duits.

Geen deelnemer beoordeeld den Vortrag gut.

(a)  

29.

Vul de zin aan en vertaal de Nederlandse woorden in het Duits.

Dieses mal wirst du voor een examen slagen

(a)  

30.

Vul de zin aan en vertaal de Nederlandse woorden in het Duits.

Hast du meinen roten Ordner gesehen? Ich habe straks een aspraak.

(a)  

31.

Vul de zin aan en vertaal de Nederlandse woorden in het Duits.

Ich bin gut in Geschichte und Informatik. Ansonsten sind meine Noten vrij gemiddeld.

(a)  

32.

Vul de zin aan en vertaal de Nederlandse woorden in het Duits.

Musst du naar de loopbaanadviseur?

(a)  

33.

Vul de zin aan en vertaal de Nederlandse woorden in het Duits.

Ich will per se geneeskunde studieren.

(a)  

34.

Vul de zin aan en vertaal de Nederlandse woorden in het Duits.

Für Medizin brauche ich heel goede cijfers.

(a)