wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nederland en duurxaamheid (3 en 4)

Total questions: 40

Worksheet time: 38mins

Name
Class
Date
1.

Wat betekent 'adaptie'?

(a)  

2.

Wat zijn zaken die water tegenhouden?

a)

Duinen

b)

Polders

c)

waterschappen

d)

stormvloedkeringen

e)

dammen

3.

Wat doen waterschappen?

a)

Zorgen voor waterveiligheid

b)

Zorgen voor voldoende zoet water

c)

Zorgen voor waterzuivering

d)

Zorgen voor klimaatadaptie

e)

Onderhouden de stormvloedkeringen

4.

Welke antwoorden zijn goed? Een polder...

a)

ligt vaak onder zeeniveau

b)

heeft een kunstmatige waterstand

c)

zou moerassen of zee zijn als er geen dijk omheen stond

d)

bestaat uit zandgronden

5.

Stormvloedkeringen....

a)

liggen vooral in west nederland

b)

zijn gesloten bij extreem weer

c)

zijn door de natuur gemaakt

d)

worden hooguit een paar keer per week gebruikt

6.

Welke 2 zaken veroorzaken in Nederland problemen als het gaat om klimaat?

a)

De daling van de bodem

b)

Het stijgen van de zeespiegel

c)

Een flinke duinenrij

d)

De daling van het grondwater

7.

Waaruit bestaat veen?

a)

plantenresten

b)

dierenresten

c)

zand

d)

klei

8.

Veen...

a)

Zakt in elkaar

b)

Is stevig en stabiel

c)

Komt omhoog

9.

Wat is de verzamelnaam voor wat ze in Groningen uit de bodem halen?

(a)  

10.

Wat is suppletie?

a)

aanvulling

b)

verwijderen

c)

ophogen

d)

opspuiten

11.

Hoeveel daalt de bodem tot nu toe door aardgaswinning?

a)

300m

b)

300cm

c)

30cm

d)

2cm

e)

2m

12.

Welk deel van Nederland daalt het meest?

a)

Het westen

b)

Het oosten

c)

Het zuiden

d)

Het noorden

13.

Wat gaat er in Nederland gebeuren?

a)

Steeds meer stortbuien

b)

Meer watertoevoer uit andere gebieden

c)

Steeds meer schommelingen in het debiet

d)

Kleinere kans op overstroming door de hitte

14.

Zomerdijken...

a)

zijn laag

b)

zijn hoog

15.

Hoe heet het gebied tussen winterdijk en rivier?

(a)  

16.

Wat beschermt ons het meeste tegen hoog water?

a)

Uiterwaard

b)

Zomerdijk

c)

Winterdijk

17.

Welke maatregel uit ruimte voor de rivier zien we hier?

a)

nevengeul

b)

overloopgeul

c)

Obstakels verwijderen

d)

Afgraven van uiterwaarden

18.

Welk plan uit ruimte voor de rivier is hier toegepast?

a)

Nevengeul

b)

Overloopgeul

c)

Uiterwaarden afgraven

d)

Verbreding rivierbedding

19.

Wat is het nut van zulke waterpleinen?

a)

Overtollig regenwater opvangen

b)

Water verzamelen om te drinken

c)

Recreatie voor kinderen

d)

Overstroming van rivieren opvangen

20.

Hoe heet deze maatregel in de kustbescherming?

(a)  

21.

Wat zien we hier?

(a)  

22.

Iemand doet twee uitspraken:

1-De aardbevingen in Groningen hebben te maken met het opwekken van duurzame energie.

2-Sinds 1850 is de gemiddelde temperatuur ongeveer 8 graden Celsius gestegen.

Welke - uitspraak is / uitspraken zijn - (on)juist?

a)

Uitspraak 1 is juist, 2 niet.

b)

Uitspraak 2 is juist, 1 niet.

c)

Beide uitspraken zijn juist.

d)

Beide uitspraken zijn onjuist.

23.

Door de temperatuurstijging ..... de zeespiegel.

a)

stijgt

b)

daalt

24.

Welke plek in Nederland loopt het grootste overstromingsrisico? Kies het juiste antwoord met behulp van het kaartje.

a)

Zeeland en het gebied rond Rotterdam, want daar ontmoeten zeewater en rivierwater elkaar bij zo’n superstorm.

b)

Den Haag, want die stad ligt vlak achter een zwakke schakel langs de Noordzeekust.

c)

Nijmegen en Arnhem, want bij een hoge waterstand van de zee kan het rivierwater van de Waal, de Rijn, de IJssel en de Maas niet weglopen.

d)

Noord-Nederland, want hier worden de dijken nauwelijks verbeterd. Alleen zandsuppletie houdt zo’n storm niet tegen.

25.

Wat zie je in deze foto rechts van de winterdijk?

Tip: De polder ligt links van deze winterdijk.

a)

Uiterwaard

b)

Ringvaart

c)

Boezem

d)

Nevengeul

26.

Welk onderdeel van de rivier wordt met nummer 5 weergegeven?

a)

Uiterwaard

b)

Winterdijk

c)

Zomerdijk

d)

Kribben

27.

Welke zinnen zijn juist bij het onderwerp klimaatverandering?

a)

Er valt minder neerslag als sneeuw en meer als regen.

b)

Er valt minder neerslag als regen en meer als sneeuw.

c)

Rivieren zullen vaker hoge waterstanden krijgen.

d)

Rivieren zullen minder vaak hoge waterstanden krijgen.

e)

Er zullen vooral in de zomer meer stortbuien vallen.

28.

Welk woord heeft niets te maken met de oorzaken van bodemdaling in Nederland?

a)

Interglaciaal

b)

Biomassa

c)

Aardgas

d)

Polder

29.

Zeestromen in de Noordzee verplaatsen zand. Welke gevolgen heeft dat voor de kust van Nederland? Kies het juiste antwoord.

a)

Het zand wordt door de zeestromen afgevoerd en dat maakt de Nederlandse kust steeds zwakker.

b)

Er is teveel zand dat aanspoelt op de kust. Daarom wordt het zand met zandsuppletie verspreid langs de kust.

c)

Het zeewater en het zand schuren de kust van Nederland steeds verder af.

d)

Het zand wordt door de zeestromen aangevoerd en maakt de kust van Nederland sterk.

30.

Geef aan welke zinnen juist zijn.

a)

De mens is de oorzaak van de zeespiegelstijging op aarde.

b)

In Laag-Nederland liggen veel dichtbevolkte gebieden.

c)

Niet alleen de mens, maar ook de natuur is de oorzaak van de bodemdaling in Nederland.

d)

De meeste gebieden in Nederland die al onder de zeespiegel liggen, dalen nog verder.

e)

Hoog-Nederland is dichtbevolkt.

31.

Welke onderdeel van het project 'Ruimte voor de Rivier' geeft C aan?

a)

Aanleggen nevengeul

b)

Verplaatsen winterdijk

c)

Verlagen kribben

d)

Verlagen uiterwaarden

32.

Ruimte voor de rivier=

a)

een natuurgbied

b)

een delta

c)

project van de overheid tegen overstromingen

d)

bruggen project

33.

Een delta is:

a)

een plek waar verschillende rivieren samenkomen

b)

Nieuw land ontstaat door sedimentatie waar een rivier in zee stroomt

c)

Begin van een rivier

34.

Hier staat afgebeeld

a)

Stroomgebied

b)

Delta

c)

Estuarium

d)

waterscheiding

35.

De deltawerken

a)

liggen in Limburg

b)

Groningen

c)

Zeeland

d)

Noord-holland

36.

De afsluitdijk hoort bij de deltawerken

a)

juist

b)

onjuist

37.

Wat is een polder?

a)

Bouwwerk in een rivier, bedoeld om water tegen te houden

b)

Heuvel die door mensen is gemaakt van grond en afval

c)

Gebied dat omringd is met dijken en met een kunstmatige waterstand

d)

Rond meertje achter een dijk dat ontstaat na een dijkdoorbraak

38.

Hoe heet het zouter worden van de bodem?

(a)  

39.

Hoe heet het als er in een stad steeds meer graslanden, bomen en struiken komen?

(a)  

40.

Door verdampen van water, wordt de leefomgeving...?

a)

warmer

b)

kouder

c)

groener

d)

droger