wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

4 Beweging

Total questions: 24

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Een amateur wielrenner fiets een afstand van 20 km en doet daar 35 minuten over. Bereken de gemiddelde snelheid in m/s.

a)

0,57 m/s

b)

34 m/s

c)

9,5 m/s

2.

1 uur = (a)   seconden

3.

Een wielrenner fietst 11 m/s

Bereken de snelheid in km/h (geef alleen het getal op 1 cijfer achter de komma)

(a)  

4.

De wielrenner fietst 39,6 km/h

Hij doet 6 uur over de gehele etappe

Hoe lang is de lengte van de etappe? Geef je antwoord met 1 cijfer achter de komma en vergeet de eenheid niet!

(a)  

5.

Welke grootheden horen bij 1,2 en 3?

a)

1 snelheid. 2 afstand. 3 tijd

b)

1 snelheid. 2 tijd. 3 afstand

c)

1 afstand. 2 tijd. 3 snelheid

d)

1 afstand. 2 snelheid. 3 tijd

6.

Een wielrenner rijdt met een snelheid van 43 km/h.

Een schaatser rijdt de 500 m in 33 seconden.


Wat is het verschil in snelheid van elkaar in km/h?

Alleen het antwoord met 1 cijfer achter de komma plus de juiste eenheid

(a)  

7.

Senna gaat met de trein van Hilversum naar Deventer

Welke afstand zit Senna in de trein?

(a)  

8.

Hoelang zit ze in de trein van Hilversum naar Deventer?

(a)  

9.

Een voertuig heeft in 2 uur 70 km afgelegd. wat is de snelheid van het voertuig in km/h?

(a)  

10.

Snelheid bereken je met...

a)

...afgelegde afstand gedeeld door de tijd

b)

...tijd gedeeld door de afgelegde afstand

c)

... afstand gedeeld door 3,6

11.

Snelheid geven we altijd weer als... (2 antwoorden)

a)

km/h

b)

m/s

c)

m/sec

d)

km/s

e)

km/u

12.

De stopafstand = .... + .... (wat staat er op de puntjes)

a)

(afgelegde meters in) reactietijd + remweg

b)

remweg + reactie weg

c)

1 + remweg

13.

Stel: mijn snelheid is 13,9 m/s en ik moet plotseling remmen. Hoeveel meter leg ik af, gedurende mijn reactietijd van 1 seconde?

a)

ong. 4 meter

b)

9,0 meter

c)

13,9 meter

14.

Het wereldrecord op de 200 m sprint staat op naam van Usain Bolt. Hij liep zijn record in 00:19,19.

Welk antwoord klopt?

a)

Dit is: 19 seconden en 19 honderste

b)

Dit is: 19 minuten en 19 seconden

c)

Dit is: 19 honderdste en 19 duizendste

d)

Dit is: 19 uur en 19 minuten

15.

Eenparige beweging in een vt-diagram heeft de vorm:

a)

horizontale (rechte) lijn

b)

schuine rechte lijn

c)

kromme lijn (parabool)

d)

verticale (rechte) lijn

16.

Eenparige beweging in een xt-diagram heeft de vorm:

a)

horizontale (rechte) lijn

b)

verticale (rechte) lijn

c)

kromme (parabool)

d)

schuine rechte lijn

17.

Oppervlakte onder een xt-diagram is gelijk aan de:

a)

<geen betekenis>

b)

versnelling

c)

afgelegde afstand

d)

snelheid

18.

Helling (of r.c.) in een xt-diagram is gelijk aan de:

a)

snelheid

b)

versnelling

c)

oppervlakte

d)

raaklijn

19.

Oppervlakte onder een vt-diagram is gelijk aan:

a)

de afgelegde afstand

b)

de (momentane) snelheid

c)

de (momentane) versnelling

d)

ΔxΔt\Delta x\cdot\Delta t

20.

Je ziet vier afstand-tijddiagrammen van verschillende bewegingen.


Welk diagram hoort bij een eenparige beweging?

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

21.

Je ziet vier afstand-tijddiagrammen van verschillende bewegingen.


Welk diagram hoort bij stilstand?

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

22.

Bekijk de afbeelding. Welke pijlgeeft de reactieafstand weer? A, B of C?

a)

Pijl A = de reactieafstand

b)

Pijl B = de reactieafstand

c)

Pijl C = de reactieafstand

d)

Dat kan je niet met zekerheid zeggen n.a.v. dit plaatje

23.

De remweg is de afstand die nodig is om te remmen tot je stilstaat.

a)

waar

b)

niet waar

24.

De remweg is korter dan de stopafstand.

a)

waar

b)

niet waar