wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Toets H2

Total questions: 16

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Nummer 5 in de afbeelding van de torso is..

a)

een long

b)

de lever

c)

de maag

d)

de dikke darm

2.

In cellen regelt de .. alles wat er in de cel gebeuren moet.

a)

vacuole

b)

cytoplasma

c)

celkern

d)

celmembraan

3.
Een cel gaat delen. In welk antwoord staan de stappen in de juiste volgorde als een cel gaat delen?
a)
plasmagroei - celdeling - kerndeling
b)
kerndeling - plasmagroei - celdeling
c)
celdeling - kerndeling - plasmagroei
d)
kerndeling - celdeling - plasmagroei
4.
wat veroorzaakt de gele kleur van de paprika?
a)
Plastiden
b)
Bladgroenkorrels
c)
Zetmeelkorrels
d)
Kleurstofkorrels
5.

Wat is een gen?

a)

Een stukje van het DNA dat zorgt voor een erfelijke eigenschap.

b)

1 chromosoom

c)

Alle chromosomen bij elkaar

d)

Een langgerekte dunne draad die voornamelijk bestaat uit DNA.

6.

De celwand is aangegeven met

a)

1

b)

3

c)

5

d)

6

e)

7

7.

Plantaardige cellen hebben een celmembraan en dierlijke cellen niet

a)

juist

b)

onjuist

8.

Dit is een voorbeeld van een _____.

a)

cel

b)

weefsel

c)

orgaan

d)

orgaanstelsel

9.
welke orgaan wordt aan gegeven met nr. 1
a)
slokdarm
b)
keel
c)
luchtpijp
d)
strot
10.
Welk organenstelsel is hier afgebeeld?
a)
bloedvatenstelsel
b)
zenuwstelsel
c)
spierenstelsel
d)
verteringsstelsel 
11.

5.

In het DNA vormen de basen A, C, G en T vaste paren.


Welke paren zijn dat?

a)

A en G, C en T

b)

A en C, G en T

c)

A en T, C en G

12.

Welke onderdelen in een plantaardige cel zorgen voor stevigheid?

a)

Celmembraan en celkern

b)

Celmembraan en celwand

c)

Grote vacuole en celwand

d)

Grote vacuole en celkern

13.

Chromosomen zijn opgebouwd uit DNA en op het DNA liggen erfelijke eigenschappen. Deze zijn bij iedereen verschillend. Hoe komt dat?

a)

Doordat de volgorde van de basenparen in DNA bij iedereen verschillend is.

b)

Doordat DNA in lengte per persoon verschilt.

c)

Doordat iemand meer DNA heeft dan de ander.

d)

Doordat het aantal chromosomen verschilt.

14.

Hoe heten cellen die zich in alle typen cellen kunnen specialiseren?

a)

Stamcellen

b)

Embryonale stamcellen

c)

Specifieke cellen

d)

Specialiserende cellen

15.

Waar zitten huidmondjes meestal (twee goede antwoorden)?

a)

Tussen de opperhuidcellen van de plant

b)

Aan de onderkant van bladeren

c)

Aan de bovenkant van bladeren

d)

Tussen de vaten van de plant

16.

Wat zijn functies van stengels van planten (meerdere antwoorden mogelijk)?

a)

Opnemen van water

b)

Opnemen van mineralen

c)

Transport van stoffen

d)

Reservestoffen opslaan

e)

Stevigheid geven aan de plant