wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Gaswisseling 4 GL

Total questions: 26

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

In de afbeelding is een deel van de wand van de luchtwegen te zien. Wat is de functie van R?

a)

De ingeademde lucht keuren

b)

Ingeademde stofdeeltjes keuren

c)

Slijm produceren

d)

Slijm verplaatsen naar de keelholte

2.

In de afbeelding zie je de wand van de luchtwegen. Wat is de naam van onderdeel R?

a)

Slijm producerende cellen

b)

Trilhaarcellen

c)

Neusharen

d)

Reukzintuig

3.

Het opnemen van zuurstof en het afgeven van koolstofdioxide noem je ?

a)

Gaswisseling

b)

Stofwisseling

c)

Fotosynthese

4.

Welke functie heeft de huig?

a)

De huig sluit tijdens het ademhalen de neusholte af.

b)

De huig sluit tijdens het slikken de luchtpijp af

c)

De huig sluit tijdens het slikken de neusholte af

5.

Afbeelding 1 is een schematische tekening van een doorsnede van het hoofd. In afbeelding 2 is een stukje weefsel getekend dat de binnenwand van de luchtwegen bedekt.

Op welke van de genummerde plaatsen komt het weefsel voor?

a)

Alleen op plaats 4

b)

op de plaatsen 1 en 2

c)

op de plaatsen 1 en 4

d)

op de plaatsen 1, 3 en 4

6.

Je ziet een schematische tekening van enkele longblaasjes met longhaarvaten. Drie plaatsen zijn aangegeven met P, Q en R. De pijlen geven de stroomrichting van het bloed aan.

Op welke plaats is het koolstofdioxidegehalte het hoogst?

a)

op plaats P

b)

op plaats Q

c)

op plaats R

7.

Een EHBO-er helpt een drenkeling door mond-op-mondbeademing toe te passen.

In welk deel van de luchtwegen van het slachtoffer is, tijdens het inblazen van lucht door de EHBO'er, het zuurstofgehalte het laagst?

a)

In de mondholte

b)

In de luchtpijp

c)

In de bronchiën

d)

In de longblaasjes

8.

Het verversen van lucht in de longen noem je ….

(a)  

9.

Q-koorts is een ziekte die door geiten, runderen en schapen op de mens kan worden overgedragen. Mestdeeltjes met bacteriën worden door de lucht over een grote afstand verspreid. Mensen kunnen de ziekte oplopen door het inademen van deze mestdeeltjes.

In welk deel van de luchtwegen worden de bacteriën doorgegeven aan het bloed?

(a)  

10.

Door welke manier van ademhalen kun je tijdens het sporten de longen zo groot mogelijk maken?

a)

Door borstademhaling

b)

Door borstademhaling en buikademhaling om en om

c)

Door borstademhaling en buikademhaling tegelijkertijd

d)

Door buikademhaling

11.

Bij de hik trekken de middenrifspieren krampachtig samen. Hierdoor beweegt het middenrif ...……. (omlaag /omhoog)

(a)  

12.

Bij de hik trekken de middenrifspieren krampachtig samen. Daarbij stroomt lucht de longen...

a)

in

b)

uit

c)

aan

d)

onder

13.

COPD is een verzamelnaam voor twee aandoeningen.

Welke aandoeningen worden aangeduid met COPD?

a)

Astma

b)

Chronische bronchitis

c)

longemfyseem

14.

Waarvoor zijn mensen met hooikoorts allergisch?

a)

hooi

b)

huisdieren

c)

huisstof

d)

stuifmeel/pollen

15.

Jeroen heeft soms een aanval van ernstige benauwdheid. Hij heeft dit vooral als er huisdieren in de buurt zijn. Na een tijdje gaat de benauwdheid over en kan hij weer normaal ademhalen.

Van welke aandoening heeft Jeroen waarschijnlijk last?

a)

Astma

b)

Chronische bronchitis

c)

Hooikoorts

d)

Longemfyseem

16.

Bij een astma-aanval worden de luchtwegen nauwer. Daarom moeten mensen met astma bij een astma-aanval medicijnen gebruiken.

Bij welke manier van toedienen zal het medicijn het snelst werken?

a)

Bij het inslikken van de pil

b)

bij injecteren

c)

bij innemen met een inhalator

17.

Bij reptielen is de inwendige longoppervlakte in verhouding …….

dan bij zoogdieren.

(a)  

18.

In de afbeelding zie je de onderste helft van de bek en de kieuwholten van een vis.

Met welk nummer worden de kieuwplaatjes aangegeven?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

19.

Een snoek is een roofvis die in helder, zoet water leeft. Op een bepaald moment is bij een snoek de bek gesloten en zijn de kieuwdeksels geopend. Op dat moment wordt er water naar …...

a)

buiten geperst

b)

binnen geperst

20.

In slootwater leven onder andere klokdiertjes, muggenlarven en pantoffeldiertjes (zie afbeelding 1, 2 en 3).

Bij welke twee van deze diertjes vindt gaswisseling via het celmembraan plaats?

a)

klokdiertjes en pantoffeldiertjes

b)

muggenlarve en klokdiertjes

c)

pantoffeldiertjes en muggenlarve

21.

In de afbeelding zijn vier typen longen schematisch weergegeven.

Welke long is afkomstig van een zoogdier?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

22.

Op de bodem van een diepe vijver kan een kikker goed overwinteren. De temperatuur wordt daar nooit lager dan 0 °C.

Met welk orgaan zal de kikker tijdens de winter ademhalen?

a)

Alleen met de huid

b)

alleen met de longen

c)

met de huid en longen

23.

Een vis neemt zuurstof uit het water op met behulp van kieuwen.

Kies het juiste woord.

Uit stromend water kan een vis …….. zuurstof opnemen dan uit stilstaand water.

(a)  

24.

In de afbeelding zie je een deel van het ademhalingsstelsel van een insect. Wat is de naam van onderdeel 3?

(a)  

25.

Een stekelbaarsje is een kleine vis die je in sloten kunt tegenkomen. Als bij een stekelbaarsje de bek gesloten is en de kieuwdeksels geopend zijn, wordt er water naar buiten geperst.

Is dat water zuurstofarm of zuurstofrijk?

a)

zuurstofarm

b)

zuurstofrijk

26.

Een muggenlarve leeft in het water en heeft een adembuis waarmee lucht kan worden opgenomen. Via deze adembuis gaat de lucht naar het ademhalingsorgaan.

Welk ademhalingsorgaan heeft een muggenlarve?

a)

Celmembraan

b)

Kieuwen

c)

Tracheeën