wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Klimaat gebieden

Total questions: 22

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Wat staat hier afgebeeld?

a)

Broeikaseffect

b)

Klimaat kringloop

c)

Waterkringloop

d)

Waterwegen

2.

Wat staat hier afgebeeld?

a)

Broeikaseffect

b)

Klimaatsysteem

c)

Klimaat effect

d)

Waterkringloop

3.

Wat verstaan we onder een stijgingsregen ?

a)

warme lucht die tegen koude lucht opstijgt waardoor het gaat regenen

b)

regen die door opstijgende warme lucht ontstaat

c)

wolken die langs een berg komen en moeten stijgen

4.

De gegevens van een klimaatgrafiek worden verzameld over tenminste

a)

10 Jaar

b)

30 Jaar

c)

60 Jaar

d)

Maak niet uit

5.

Met welke letter wordt Temperatuur uitgedrukt

a)

A

b)

C

c)

X

d)

Z

6.

De volgende Klimaatgrafiek staat op het...

a)

Noordelijk halfrond

b)

Zuidelijk halfrond

7.

Wat ontbreekt er in bovenstaand klimaatdiagram?

a)

De temperatuur

b)

De maanden

c)

De namen van de assen

d)

De neerslag

8.

Het verschil tussen dag en nacht ontstaat door?

a)

Draaiing van de aarde om de zon

b)

Draaiing van de aarde om zijn eigen as.

c)

Draaiing van de zon om de aarde

d)

Doordat de maan voor de zon komt te staan

9.
Rond de evenaar is het warmer omdat...
a)
De zonnestraal een kleiner stuk moet verwarmen
b)
De zonnestraal op de evenaar een groter stuk verwarmd
c)
De evenaar hoger ligt
d)
De zonnestralen op de evenaar schuiner invallen
10.
Waardoor is het bij de polen kouder?
a)
Zonnestralen vallen loodrecht in en de afstand van de zonnestraal door de dampkring is kleiner 
b)
Zonnestralen vallen schuiner in en de afstand van de zonnestraal door de dampkring is kleiner  
c)
De zonnestralen vallen schuiner in en de afstand van de zonnestraal door de dampkring is groter 
d)
De zonnestralen vallen loodrecht in en de afstand van de zonnestraal door de dampkring is groter
11.
Waardoor ontstaan seizoenen?
a)
Door de draaiing van de aarde om zijn eigen as
b)
Door de draaiing van de zon om de aarde
c)
Door de draaiing van de aarde om de zon
d)
Ik heb geen idee
12.
In welk werelddeel is het op dit plaatje zomer?
a)
Rond de evenaar
b)
op het noordelijk halfrond
c)
op het zuidelijk halfrond
d)
geen idee
13.
Waar is het verschil in seizoenen het grootst?
a)
Marokko
b)
Noorwegen
c)
Nederland
d)
Spanje
14.
Wat is stijgingsregen ?
a)
regen die stijgt
b)
 regen die door opstijgende warme lucht ontstaat
c)
wolken die langs een berg komen en moeten stijgen
15.
Wat is een tropisch klimaat  ?
a)
warm maar 's nachts heel koud.
b)
koude gebieden met veel regen.
c)
warme gebieden, met heel veel zon.
d)
gebieden met warme lucht, die rond de evenaar liggen. en waar veel regen valt
16.
Wat is een woestijnklimaat ?
a)
een gebied waar het nooit regent en waar geen planten groeien.
b)
een gebied waar het nooit regent en veel planten groeien
c)
een gebied waar planten kunnen groeien en waar het soms regent
d)
een gebied waar het zo droog is dat er geen planten kunnen groeien, en waar het soms jaren niet regent en dan opeens heel veel.
17.

Welke van onderstaande gevolgen van de opwarming kunnen in Nederland voorkomen? (meerdere mogelijk)

a)

drogere zomers

b)

nattere winters

c)

diersoorten die normaal hier niet voorkomen zullen een plaag gaan vormen

d)

altijd lekker weer

e)

plantensoorten sterven uit

18.

welke vorm van energie is een fossiele brandstof?

a)

windenergie

b)

zonne-energie

c)

aardolie

d)

kernenergie

19.

welk gas zorgt voor een versterkt broeikaseffect?

a)

zuurstof

b)

lucht

c)

koolstofdioxide

d)

waterstof

20.

Wat bedoelen we met een tipping point?

a)

Het punt dat de opwarming niet meer terug gedraaid kan worden

b)

Het punt waarbij de opwarming versterkt wordt

c)

Het punt dat de mens de opwarming van de aarde versterkt

d)

Het punt dat de permafrost gaat ontdooien

21.

Een voorbeeld van negatieve terug koppeling is

a)

Het ontdooien van de permafrost

b)

Het smelten van de sneeuw

c)

Het ontstaan van meer wolken

d)

Het stijgen van de zeespiegel

22.

Met het albedo effect bedoelen we

a)

Het smelten van de sneeuw door zonnestralen

b)

Het terugkaatsen van zonlicht op een wit oppervlak

c)

Het stijgen van de zeespiegel

d)

Het stijgen van de temperatuur op aarde