WorksheetsAdjectives & Adverbs: Test Yourself - B2C
Total questions: 13
Worksheet time: 7mins
Waar zegt een adjective iets over?
noun (zelfstandig naamwoord)
adjective (bijvoeglijk naamwoord)
verb (werkwoord)
adverb (bijwoord)
Wat zijn de linking verbs?
to look, to appear, to seem, to go
to look, to seem, to be, to run
to appear, to seam, to be
to look, to appear, to seem, to be
Waar zegt een adverb iets over?
noun (zelfstandig naamwoord)
adjective (bijvoeglijk naamwoord)
verb (werkwoord)
adverb (bijwoord)
Kies de juiste adjective in
She is wearing a _____ (groene) t-shirt
green
greeny
Kies de juiste adjective
They love to walk in a _____ (mooi) park.
beautifully
beautiful
Kies de juiste adjective
I just bought a ____ (nieuwe) laptop
newly
new
Kies de juiste adverb
She ____ (nooit) cleans her room
always
never
usually
casually
Kies de juiste adverb
Myrthe is an ____ (extreem) good dancer
extreme
extremly
extremely
Kies de juiste adverb
They type ___ ____ (erg snel)
very fast
very fastly
very fastely
Maak van deze adjective een adverb:
nice
(a)
Maak van deze adjective een adverb:
careful
(a)
Maak van deze adjective een adverb:
terrible
(a)
Maak van deze adjective een adverb:
good
(a)
