wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

woordsoorten

Total questions: 10

Worksheet time: 4mins

Name
Class
Date
1.

Ik heb vandaag veel gerent.

Wat is in deze zin het ww-gezegde.

a)

heb

b)

heb gerendt

c)

heb gerent

d)

heb veel gerent

2.

Houdt zij zich wel aan jouw regels?

Wat is in deze zin het bez. vnw?

a)

zij

b)

zich

c)

jouw

3.

Omdat hij zijn dorst wilde lessen, dronk Henk te veel water. Wat is in deze zin de hoofdzin?

a)

dronk Henk te veel water.

b)

Omdat hij zijn dorst wilde lessen.

c)

geen van de bovenstaande antwoorden is goed.

4.

welk hulpwerkwoord staat in deze zin?(meerdere antwoorden goed) Ik ben na de bespreking gestopt met praten, want er was een ruzie begonnen.

a)

ben

b)

gestopt

c)

begonnen

d)

was

5.

wat zijn de meest voorkomende koppelwerkwoorden?

a)

zijn, worden, blijven, blijken, lijken, dunken, voorkomen.

b)

ben, kunnen, zullen, blijven, blijken, lijken, komen

c)

zijn, worden, blijven, dunken, lijken, komen, zullen.

d)

kunnen, doen, zijn, hebben, geven, zullen, openen.

6.

Wie kan goed schrijven vroeg de docent in het klaslokaal?

Wat is in deze zin het lijdend voorwerp?

a)

er is geen lijdend voorwerp

b)

de docent

c)

Wie kan goed schrijven

d)

in het klaslokaal

7.

Hij was erg bang voor de toets, maar achteraf viel het erg mee. Wat is in deze zin de hoofdzin?

a)

Hij was erg bang voor de toets.

b)

Maar achteraf viel het erg mee.

c)

geen van allen

8.

Het is al laat, maar ik kom toch vanmiddag.

Wat is de hoofdzin?

a)

Het is al laat.

b)

Maar ik kom toch vanmiddag

c)

beide zinnen

9.

Hij was erg blij met zijn nieuwe schoen, totdat hij een hond tegen kwam die modderig was. Wat is in deze zin het pers. vnw ?

a)

hij

b)

Hij, een hond

c)

zijn

d)

Hij

10.

'Was je je handen nou wel goed?' vroeg mijn moeder met haar boek in haar hand. Wat is het bez. vnw in deze zin?

a)

je, je, mijn

b)

je, haar, mijn

c)

mijn moeder, haar

d)

handen, je, mijn,