Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Stijlfiguren

Total questions: 15

Worksheet time: 30mins

Name
Class
Date
1.

Benoem het stijlfiguur in de volgende zin. Kies uit: tautologie, pleonasme, parallellisme, enumeratie (climax/anticlimax), antithese, hyperbool, retorische vraag, understatement, litotes, eufemisme, woordspeling.


We hebben onze hond laten inslapen.

(a)  

2.

Benoem het stijlfiguur in de volgende zin. Kies uit: tautologie, pleonasme, parallellisme, enumeratie (climax/anticlimax), antithese, hyperbool, retorische vraag, understatement, litotes, eufemisme, woordspeling.


Wis en waarachtig ga ik vanavond op tv die wedstrijd kijken.

(a)  

3.

Benoem het stijlfiguur in de volgende zin. Kies uit: tautologie, pleonasme, parallellisme, enumeratie (climax/anticlimax), antithese, hyperbool, retorische vraag, understatement, litotes, eufemisme, woordspeling.


Toen de zakenman op de fles ging, raakte hij aan de drank.

(a)  

4.

Benoem het stijlfiguur in de volgende zin. Kies uit: tautologie, pleonasme, parallellisme, enumeratie (climax/anticlimax), antithese, hyperbool, retorische vraag, understatement, litotes, eufemisme, woordspeling.


Het lijkt me geen slecht idee om aan het eind van de maand een weekend naar Parijs te gaan.

(a)  

5.

Benoem het stijlfiguur in de volgende zin. Kies uit: tautologie, pleonasme, parallellisme, enumeratie (climax/anticlimax), antithese, hyperbool, retorische vraag, understatement, litotes, eufemisme, woordspeling.


Na de verloren veldslag besloot de generaal tot een tactische terugtocht.

(a)  

6.

Benoem het stijlfiguur in de volgende zin. Kies uit: tautologie, pleonasme, parallellisme, enumeratie (climax/anticlimax), antithese, hyperbool, retorische vraag, understatement, litotes, eufemisme, woordspeling.


Na een geweldige gitaarsolo zei mijn vriend: 'Die gitarist kan wel een aardig deuntje spelen, nietwaar?'

(a)  

7.

Benoem het stijlfiguur in de volgende zin. Kies uit: tautologie, pleonasme, parallellisme, enumeratie (climax/anticlimax), antithese, hyperbool, retorische vraag, understatement, litotes, eufemisme, woordspeling.


Als kapper is hij de geknipte persoon om de zaak over te nemen.

(a)  

8.

Benoem het stijlfiguur in de volgende zin. Kies uit: tautologie, pleonasme, parallellisme, enumeratie (climax/anticlimax), antithese, hyperbool, retorische vraag, understatement, litotes, eufemisme, woordspeling.


De gele zonnebloemen schitterden in de Zuid-Franse zon.

(a)  

9.

Benoem het stijlfiguur in de volgende zin. Kies uit: tautologie, pleonasme, parallellisme, enumeratie (climax/anticlimax), antithese, hyperbool, retorische vraag, understatement, litotes, eufemisme, woordspeling.


De leraar gaf voor het werkstuk een negen en zei: 'Een aardig stukje werk, jongen.'

(a)  

10.

Benoem het stijlfiguur in de volgende zin. Kies uit: tautologie, pleonasme, parallellisme, enumeratie (climax/anticlimax), antithese, hyperbool, retorische vraag, understatement, litotes, eufemisme, woordspeling.


Dat ploegen die voorstaan allerlei trucjes gebruiken om tijd te rekken, is geen onbekend verschijnsel.

(a)  

11.

Benoem het stijlfiguur in de volgende zin. Kies uit: tautologie, pleonasme, parallellisme, enumeratie (climax/anticlimax), antithese, hyperbool, retorische vraag, understatement, litotes, eufemisme, woordspeling.


Na het besluit om de subsidie te halveren stond de hele club op zijn kop.

(a)  

12.

Benoem het stijlfiguur in de volgende zin. Kies uit: tautologie, pleonasme, parallellisme, enumeratie (climax/anticlimax), antithese, hyperbool, retorische vraag, understatement, litotes, eufemisme, woordspeling.


Tijdens zijn les hebben we ons een breuk gelachen.

(a)  

13.

Benoem het stijlfiguur in de volgende zin. Kies uit: tautologie, pleonasme, parallellisme, enumeratie (climax/anticlimax), antithese, hyperbool, retorische vraag, understatement, litotes, eufemisme, woordspeling.


Hij heeft het tijdelijke voor het eeuwige verwisseld.

(a)  

14.

Benoem het stijlfiguur in de volgende zin. Kies uit: tautologie, pleonasme, parallellisme, enumeratie (climax/anticlimax), antithese, hyperbool, retorische vraag, understatement, litotes, eufemisme, woordspeling.


Bovendien heeft hij ook nog Engels gestudeerd.

(a)  

15.

Benoem het stijlfiguur in de volgende zin. Kies uit: tautologie, pleonasme, parallellisme, enumeratie (climax/anticlimax), antithese, hyperbool, retorische vraag, understatement, litotes, eufemisme, woordspeling.


Is niet iedereen wel eens ondeugend geweest?

(a)