wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Taak 10 & 11

Total questions: 14

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een voorbeeld van akkerbouw?

a)

Koeien melken

b)

Schapen scheren

c)

Tafels maken

d)

Zaaien van eetbare planten

2.

Wat hoort bij veeteelt?

a)

Het oogsten van graan

b)

Het houden van vee

c)

Het verkopen van potten

d)

Vissen

3.

Wat hoort bij landbouw

a)

jagen

b)

akkerbouw

c)

vissen

d)

veeteelt

4.

Waar leefden de eerste mensen van?

a)

Van de landbouw

b)

Van het jagen en verzamelen

5.

Waar ontstond 10.000 jaar geleden de landbouw?

a)

In Europa

b)

In Afrika

c)

In het Midden-Oosten

d)

In Amerika

e)

In Australië

6.

Wat is het grootste verschil tussen de eerste mensen en de eerste boeren?

a)

De eerste mensen waren gelukkiger dan de boeren

b)

De eerste mensen trokken rond, de boeren hadden een vaste woonplaats

c)

De eerste mensen waren rijker dan de eerste boeren

d)

De eerste mensen waren eigenlijk heel zielig

7.

Wat is de naam van het eerste tijdvak / taak 10

a)

De tijd van jagers en boeren

b)

De tijd van Grieken en Romeinen

c)

De tijd van monniken en ridders

d)

De tijd van steden en staten

8.

Wat is de naam van het tweede tijdvak / taak 11

a)

De tijd van jagers en boeren

b)

De tijd van Grieken en Romeinen

c)

De tijd van monniken en ridders

d)

De tijd van steden en staten

9.

Wat vonden de Oude Grieken erg belangrijk

a)

Kunst

b)

Hun godsdienst

c)

Sport

d)

Eten

10.

Waardoor waren de Romeinen zo succesvol?

a)

Ze hadden een sterk leger

b)

Ze hadden betere goden

c)

Ze hadden een goed bestuur

d)

Ze waren heel vriendelijk

11.

Welk middel van bestaan kwam bij de Grieken en Romeinen er nieuw bij

a)

Veeteelt

b)

Handel

c)

Jagen

d)

Akkerbouw

12.

Hoe noemen we het overnemen van de Romeinse cultuur?

a)

Romein kopiëren

b)

Verromeinen

c)

Romaniseren

d)

Verrijken

13.

De manier van denken en doen van een groep mensen noem je

a)

cultuur

b)

nijverheid

c)

tempeliseren

d)

kopiëren

14.

Als je niet met geld betaald, maar met spullen dan doe je aan....

a)

handel

b)

stelen

c)

nijverheid

d)

ruilhandel