wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Tweede Wereldoorlog en Nederlands Indie

Total questions: 23

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Wanneer namen de Verenigde Staten deel aan de Tweede Wereldoorlog?

a)

Na de Slag om Stalingrad

b)

Na de inval in Polen

c)

Na de aanval op Pearl Harbor

d)

Na de atoombom op Hiroshima

2.

Wat was de eerste grote nederlaag van de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog?

a)

de Slag om Stalingrad

b)

de inval in Polen

c)

de aanval op Pearl Harbor

d)

D-Day

3.

Wat was een gevolg van de atoombommen op Hiroshima?

a)

Japanse capitulatie

b)

Duitse capitulatie

c)

Japanse deelname aan de Tweede Wereldoorlog

d)

Amerikaanse deelname aan de Tweede Wereldoorlog

4.

In welk jaar begon de Tweede Wereldoorlog?

(vul alleen de cijfers in)

(a)  

5.

Waarmee begon de Tweede Wereldoorlog?

a)

de Slag om Stalingrad

b)

de inval in Polen

c)

de aanval op het radiostation van Gleiwitz

d)

D-Day

6.

Welke landen zijn bondgenoten van Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog?

(klik meerdere juiste antwoorden aan)

a)

Japan

b)

Sovjet-Unie

c)

Italië

d)

Verenigde Staten

e)

Nederlands-Indië

7.

Zet de onderstaande gebeurtenissen in chronologische volgorde:

A: Atoombom op Hiroshima

B: D-Day

C: Inval in Polen

D: Slag om Stalingrad

a)

C - D - B - A

b)

C - D - A - B

c)

D - C - B - A

d)

D - B - C - A

e)

C - B - A - D

8.

Wat was een gevolg van D-Day?

a)

De Slag om Stalingrad

b)

De inval in Polen

c)

De aanval op Pearl Harbor

d)

De Duitse capitulatie

e)

De Japanse capitulatie

9.

In welk jaar eindigde de Tweede Wereldoorlog?

(vul alleen de cijfers in)

(a)  

10.

Waarom sloot Hitler een verdrag met de Sovjet-Unie, voordat hij Polen aanviel?

a)

Duitsland en de Sovjet-Unie waren bevriende landen die graag wilden samenwerken om Europa te veroveren.

b)

Duitsland en de Sovjet-Unie waren geen vrienden, maar hadden er allebei belang bij om Polen onderling te verdelen zonder elkaar aan te vallen.

c)

Duitsland en de Sovjet-Unie waren allebei dictatoriaal geregeerde landen die elkaar nodig hadden om de aanvallen van de democratische landen te weerstaan.

d)

Duitsland en de Sovjet-Unie waren buurlanden die altijd al hadden samengewerkt om Polen in handen te krijgen.

11.

Wat was de partij van Hitler?

a)

NSDAP

b)

NS

c)

NSPAD

d)

PANDS

12.

Waarom betekende het jaar 1942 een keerpunt in de oorlog in Europa en Noord-Afrika?

a)

De Duitsers trokken zich terug uit de Sovjet-Unie en verlieten Noord-Afrika.

b)

De Duitser werden verslagen bij de Slag om Stalingrad én de Slag om El Alamein.

c)

De Duitsers stonden er vanaf 1942 alleen voor. Bondgenoten Italië en Japan hadden zich over gegeven.

d)

De Verenigde Staten begonnen met een landing op het strand van Normandië, waardoor het keerpunt was bereikt.

13.

De Nederlanders bestuurden het hele eilandenrijk, dat Nederlands-Indië werd genoemd vanaf ongeveer

a)

1600

b)

1700

c)

1800

d)

1900

14.

De PNI is de .... partij, opgericht in 1927.

a)

socialistische

b)

liberale

c)

nationalistische

d)

christelijke

15.

Soekarno en Hatta werden in 1942 terug gebracht naar Java door de

a)

Japanners

b)

Engelsen

c)

Nederlanders

d)

Fransen

16.

Nederlands-Indië was aantrekkelijk voor Japan omdat (vink 2 antwoorden aan)

a)

Nederlands-Indië rijk aan grondstoffen als olie en metalen was, nodig voor de oorlogsindustrie

b)

Japan overbevolkt was en ze Japanners naar Indië wilden laten emigreren

c)

Nederlands-Indië een springplank was om de Verenigde Staten aan te vallen

d)

In Nederlands-Indië landbouwproducten werden verbouwd als thee, koffie en rijst waar in Japan een tekort aan was

17.

Indonesische en Nederlandse dwangarbeiders moesten voor de Japanners werken aan de

a)

Birmaspoorlijn

b)

Vietnamspoorlijn

c)

Japanspoorlijn

d)

Koreaspoorlijn

18.

Na de overgave van Japan brak er een onrustige periode uit, de

a)

Pemoeda-periode

b)

Bersiap-periode

c)

Romusha-periode

d)

Soekarno-periode

19.

De soevereiniteitsoverdracht van Nederland naar Indonesië vond plaats op

a)

17 augustus 1945

b)

7 december 1949

c)

27 december 1949

d)

31 december 1949

20.
Wie was deze man?
a)
Soekarno
b)
Soeharto
c)
Kim-Jun Ill
d)
Obama
21.
De Politionele Acties zijn
a)
Acties om Indië onafhankelijk te krijgen
b)
Acties om de Indiërs vrij te vechten
c)
Acties om de nationalisten/de onafhankelijkheid van NL-Indië tegen te gaan. 
d)
De acties in NL om Indië vrij te krijgen
22.
Tijdens de Japanse bezetting
a)
Waren de Indiërs vrij
b)
Werd Indië rijker
c)
Veranderde er voor de bevolking niet veel. 
23.
Waar zette de Verenigde Staten Nederland mee onder druk tijdens de politionele acties?
a)
invasie van Amerikaanse troepen
b)
stopzetten van Marshall hulp
c)
de Verenigde Staten steunde Nederland juis