wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1HV Natuurlandschappen (oefening)

Total questions: 50

Worksheet time: 26mins

Name
Class
Date
1.

Welke van de volgende bossen hoort bij het Tropisch regenwoudklimaat?

a)
b)
c)
d)
2.

Wat voor soort planten kun je vinden in de savanne?

a)

Kort gras en veel bomen

b)

Weinig of geen bomen en hoog gras

c)

Hoog gras en een aantal bomen

d)

Alleen bomen en geen gras

3.

Wat verandert er als je van de savanne naar de steppe gaat.

a)

Er valt meer regen en de temperatuur is hoger

b)

Er valt minder regen en de temperatuur is lager

c)

Er valt minder regen en de temperatuur is hoger

d)

Er valt net zoveel regen en de temperatuur is hetzelfde

4.

Welk seizoen is het op het Noordelijke halfrond?

a)

Herfst

b)

Lente

c)

Zomer

d)

Winter

5.

Wat neemt allemaal af als je vanaf de evenaar naar het noorden gaat (tot de Sahara)?

a)

Bomen en planten

b)

Zonneschijn

c)

Aantal inwoners

d)

Aantal regenbuien

6.

Wat zijn kenmerken van het noordpoolgebied?

a)

Inuit leven daar

b)

Grootste deel van het jaar ligt er sneeuw

c)

Er leven zeehonden, ijsberen en walrussen

7.

De Inuit leefden als nomaden

a)

Waar

b)

Niet waar

8.

Maak je keuze. Op deze foto kan je volgend vegetatietype zien

a)

woestijn

b)

tropisch regenwoud

c)

steppe

d)

tropische savanne

9.
Geef aan of het om het weer of om het klimaat gaat.

Het verandert bijna niet. 
a)
klimaat
b)
weer
10.
Geef of het om het weer of om het klimaat gaat.
Wordt over dertig jaar berekend over een groot gebied.
a)
klimaat
b)
weer
11.

In een tropisch regenwoudklimaat heb je geen seizoenen

a)

Dat klopt!

b)

Dat klopt niet!

c)

Weet ik niet

12.

In een tropisch regenwoudklimaat zakt de temperatuur nooit onder de 18 graden Celsius.

a)

Dat klopt!

b)

Dat klopt niet!

c)

Weet ik niet.

13.

In welk klimaat komen de meeste planten en dieren voor?

a)

Steppeklimaat

b)

Landklimaat

c)

Tropisch regenwoudklimaat

d)

gematigd zeeklimaat

e)

groeiseizoen

14.

Wat is het klimaat met de meeste hoeveelheid neerslag uit het onderstaand rijtje?

a)

Woestijnklimaat

b)

Steppeklimaat

c)

Savanneklimaat

d)

Weet ik niet

15.

Welk klimaat bevind zich vaak rond de evenaar?

a)

Woestijnklimaat

b)

Gematigd klimaat

c)

Tropisch regenwoudklimaat

d)

Poolklimaat

e)

Weet ik niet

16.

In een klimaatgrafiek is de temperatuur weergegeven door een staafgrafiek en de neerslag door een lijngrafiek.

a)

Ja!

b)

Nee!

c)

Geen idee!

17.

Aan een klimaatgrafiek kan je soms zien of een plaats op het noordelijk of zuidelijk halfrond ligt.

a)

Klopt!

b)

Nee!

c)

Weet ik niet!

18.

Als we kijken naar een klimaat letten we op twee dingen. Welke twee?

a)

Vegetatie

b)

Neerslag

c)

Invloed van de mens

d)

Temperatuur

19.

Wat voor klimaat zouden wij vinden in de sahara woestijn?

a)

Woestijnklimaat

b)

Gematigd zeeklimaat

c)

Landklimaat

d)

Steppeklimaat

20.

Op welke locatie ligt plaats X?

a)

60° ZB, 80° WL

b)

60° NB, 80° OL

c)

80° NB, 60° OL

d)

80° OL, 60° WL

21.

Een landschapszone is een gebied met dezelfde oorspronkelijke plantengroei

a)

Juist

b)

Onjuist

22.

In een poolklimaat vind je vooral regen als neerslagtype

a)

Juist

b)

Onjuist

23.

In een gebied met een hooggebergte wonen weinig mensen.

a)

Juist

b)

Onjuist

24.

Je ziet een afbeelding met stijgende lucht (links) en dalende lucht (rechts). Welke van de twee onderstaande opties is juist?

a)

Links: Lage luchtdruk / Rechts: Hoge luchtdruk

b)

Links: Hoge luchtdruk / Links: Lage luchtdruk

25.

In welke zin staan allemaal vormen van neerslag?

a)

Regen, sneeuw, hittegolf

b)

Regen, sneeuw, hagel

c)

Hagel, sneeuw, ijskappen

d)

Regen, hagel, ijsbergen

26.
Er wonen geen mensen hoog in de Himalaya, omdat
a)
het daar te druk is
b)
het daar te warm is
c)
het daar te koud is
d)
het daar te rustig is
27.
Wanneer is iets hooggebergte?
a)
Als de meeste toppen boven de 500meter zijn
b)
Als de meeste toppen boven de 1000 meter zijn
c)
Als de meeste toppen boven de 1500 meter zijn
d)
Als de meeste toppen boven de 2500 meter zijn
28.

Stijgingsregens komen vooral voor in het tropische regenwoud, omdat ....

a)

warme lucht daar botst met koude lucht

b)

koude lucht daar daalt en opwarmt

c)

warmte lucht opstijgt en afkoelt

d)

koude lucht opstijgt en opwarmt

29.
Wat is stijgingsregen ?
a)
regen die stijgt
b)
 regen die door opstijgende warme lucht ontstaat
c)
wolken die langs een berg komen en moeten stijgen
30.
Meridianen lopen van pool tot pool. Deze zin is....
a)
Juist
b)
Onjuist
31.
De hoek waaronder de zonnestralen het aardoppervlak raken.
a)
A. De zomerstand van de aarde
b)
B. De winterstand van de aarde
c)
C. De zonnewende
d)
D. Invalshoek van de zon
32.
Welk klimaat lees je af in deze klimaatgrafiek
a)
Tropisch klimaat
b)
Savanneklimaat
c)
Gematigd zeeklimaat 
d)
Steppeklimaat 
33.
'In de Sahara is het droog' is een uitspraak die hoort bij het:
a)
Weer
b)
Klimaat
34.

Welk landschapstype zie je hieronder?

a)

Steppe

b)

Woestijn

c)

Taiga

d)

Savanne

35.

Welk klimaat zie je in de klimaatdiagram?

a)

Poolklimaat

b)

Gematigd klimaat

c)

Taiga klimaat

d)

Tropisch klimaat

36.

Welke twee verschillen zijn juist als we kijken naar steppe en de woestijn? (§2)

a)

Steppe valt minder neerslag dan in de woestijn

b)

Steppe valt meer neerslag dan in de woestijn

c)

Steppe kent geen begroeiing (planten en bomen)

d)

Steppe kent wel begroeiing, namelijk doornige struiken en grassen.

37.
Bij een lagedrukgebied is er sprake van:
a)
een dalende luchtbeweging
b)
een stijgende luchtbeweging
38.

De breedteligging van een plaats op aarde heeft gevolgen voor

a)

De stand van de zon

b)

De temperatuur

39.

Een plaats op hoge breedte

a)

is koud (lage temperatuur) en ligt in de poolstreken

b)

is warm (hoge temperatuur) en ligt in de tropen

40.

Waarom is het droog in woestijnen?

a)

De lucht stijgt daar. Stijgende lucht koelt af en daarom is het droog

b)

De lucht daalt daar. Dalende lucht wordt warmer en wolken lossen op.

41.

Een ander woord voor oorspronkelijke plantengroei is

a)

cultuurgrond

b)

grond

c)

natuurlijke zone

d)

vegetatie

42.

Welke foto hoort bij het landbouwtype 'intensieve veeteelt'?

a)
b)
c)
d)
e)
43.

Bepaal het vegetatietype: Te droog om bomen te laten groeien

a)

toendra

b)

hardbladige vegetatie

c)

taiga

d)

steppe

44.

Bepaal het vegetatietype: Te koud om bomen te laten groeien

a)

toendra

b)

hardbladige vegetatie

c)

taiga

d)

steppe

45.

In welk klimaat komen gletsjers voor?

a)

Hooggebergteklimaat

b)

Toendraklimaat

c)

Sneeuwklimaat

46.

Wat is de goede volgorde?

a)

Loofboomgrens, rotsgrens, alpenweide, naaldboomgrens

b)

Loofboomgrens, naaldboomgrens, alpenweide, rotsgrens

c)

Naaldboomgren, rotsgrens, loofboomgrens, alpenweide

d)

Rotsgrens, alpenweide, naaldboomgrens, loofboomgrens

47.

Nummer 6 is de stad:

a)

Lima

b)

Bogotá

c)

Sao Paulo

d)

Buenos Aires

48.

Waar op aarde ligt het grootste tropische regenwoud? (leerdoel 5)

a)

Zuid-Amerika

b)

Afrika

c)

Azië

49.

F is het land: (leerdoel 12)

a)

Suriname

b)

Colombia

c)

Venezuela

d)

Brazilië

50.

Het reliëf in een gebied heeft invloed op de bevolkingsspreiding in dat gebied.

a)

Juist

b)

Onjuist