Font size
WorksheetsMLO2 Klinische Chemie - Hemostase
Total questions: 10
Worksheet time: 7mins
Welk eiwit wordt als eindproduct gemaakt bij hemostase
Thrombine
Fibrinogeen
Fibrine
Trombose
Welke van de volgende stoffen worden als antistollingsmiddel gebruikt in het lab.
Calcium
Citraat
TRIS
Heparine
EDTA
Wat is de factor die bij de bloedstolling de aanzet geeft via de extrinsieke route.
Factor IX
Factor X
Tissue factor (TF)
Pro-thrombine
Wat krijgen pasgeborenen dagelijks als supplement bij hun voeding om een goede bloedstolling te garanderen.
(a)
Bloedplaatjes noemen ook
erythrocyt
granulocyt
leukocyt
trombocyt
De intrinsieke route wordt bij bloedstolling geremd door EDTA
Waar, het EDTA bindt het Ca2+ waardoor de stollingscascade wordt verstoord.
Waar, het EDTA bindt aan het anti-trombine waardoor de stollingscascade wordt verstoord.
Niet waar, EDTA verstoord alleen de extrinsieke route van de bloedstolling
Niet waar, EDTA verstoord alleen de gemeenschappelijke route van de bloedstolling
Welke van de volgende cellen bevatten celkernen
Rode bloedcellen
Trombocyten
Megakaryocyt
Bloedplaatjes
Hepatocyt
Bij een wondje trekken de spieren van de bloedvaten samen zodat er minder bloed uit het wondje stroomt. Dit verschijnsel noem je
Vasoconstrictie
Vasodilatatie
Trombose
Plaque-forming
Bij fibrinolyse ontstaan verschillende stoffen die je kunt meten in het lab als marker voor het opruimen van de stolsels na een bloeding. Deze stoffen kunnen zijn
Fibrine als product van de stolling
Anti-trombine
Collageen
D-dimeer als afvalproduct van het opgeruimde stolsel
Fibrinogeen, dat weer kan worden gerecycled
Afwijkingen in de hemostase heeft soms een erfelijke oorzaak. Welke van de volgende ziekten passen bij het plaatje van deze vraag
hemofilie A
hemofilie B
Von Willebrandfactor
hemofilie A en B
Alledrie
