wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Past Simple

Total questions: 20

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Zet het werkwoord in de verleden tijd: I ...(go)... home early yesterday.

a)

go

b)

gone

c)

went

2.

Zet het werkwoord in de verleden tijd: His parents ...(buy)... a new house last year.

a)

buy

b)

bought

c)

buyed

3.

Zet het werkwoord in de verleden tijd: ...(see)... him yesterday evening?

a)

See you

b)

Saw you

c)

Did you see

d)

Did you saw

4.

Maak de zin vragend in de past simple = verleden tijd:

......you.....your mother last night? (see)

(a)  

5.

Maak de zin ontkennend in de verleden tijd:

Schrijf voluit a.u.b.

That is a lie! I (a)   (not steal) your wallet!

6.

Zet de zin in de past simple = verleden tijd:


I (a)   to help my parents last week. (try)

7.

Zet de zin in de past simple:


When she was a student, she (a)   as a waitress. (work)

8.

Maak de zin ontkennend in de past simple:

Schrijf voluit a.u.b.


Stewie (a)   (not kill) Lois last week.

9.

Maak de zin vragend in de past simple:


.......the headmaster........the teachers about the lockdown? (inform)

(a)  

10.

Maak de zin vragend in de past simple:


....... your sister........her house last year? (sell)

(a)  

11.

Wat is de past simple (verleden tijd) van het volgende werkwoord?

fly

a)

flied

b)

flyd

c)

flew

12.

Wat is de verleden tijd (past simple) van het volgende werkwoord?


make

a)

made

b)

maked

c)

maded

13.

Wat is de verleden tijd (past simple) van het volgende werkwoord?


meet

a)

meeted

b)

met

14.

Wat is de verleden tijd (past simple) van het volgende werkwoord?


spend (= uitgeven)

a)

spend

b)

spended

c)

spent

15.

Wat is de verleden tijd (past simple) van het volgende werkwoord?


teach (= lesgeven/aanleren)

a)

taught

b)

teached

16.

Wat is de verleden tijd (past simple) van het volgende werkwoord?


understand

a)

understood

b)

understanded

c)

understant

17.

Wat is de verleden tijd (past simple) van het volgende werkwoord?


wake up

a)

woke up

b)

woken up

18.

Maak de zin vragend in de verleden tijd (past simple).


......the doctor......any medicine for your pain? (give)

(a)  

19.

Maak de zin ontkennend in de verleden tijd (past simple).

Schrijf voluit a.u.b.


I am so sorry, I (a)   (not hear) you.

20.

Wat is de verleden tijd (past simple) van het volgende werkwoord?


cost

a)

cost

b)

costed

c)

costbeyonce