Worksheetswoordenschat th 4 les 1
Total questions: 12
Worksheet time: 6mins
Wat is een rechercheur?
Iemand die altijd rechts rijdt.
Iemand die bij de politie werkt en boeven opspoort.
Iemand die in de gevangenis werkt en op boeven past.
Iemand die heel goed kan zoeken.
Wat is een commissaris?
De baas van school.
De baas van een kantoor.
De baas van de politie.
De baas van alle boeven.
Wat is een wijkagent?
Een politieagent die in een vaste wijk werkt.
Een agent die rondjes loopt.
Een agent die de wijk schoonhoudt.
Een agent die overal in Nederland komt.
Ik ben een ervaren zeiler.
Ik heb al heel vaak gezeild
Ik heb al 1 keer gezeild.
Ik ben een onervaren zwemmer.
Ik zwem elke week een uur in het zwembad.
Ik zit al een week op zwemles.
Hij is op zijn hoede.
Hij is dromerig.
Hij heeft een hoed op.
Hij kijkt niet waar hij loopt.
Hij let goed op en is voorzichtig.
Dat meisje is erg populair.
Dat meisje heeft veel poppen.
Veel mensen vinden dat meisje aardig.
Dat meisje heeft air.
Dat meisje is vervelend.
Die jongen is fanatiek aan het voetballen.
Die jongen is enthousiast aan het voetballen.
Die jongen heeft een hekel aan voetballen.
Die jongen kijkt naar voetbal
Die jongen heeft een voetbal.
Wat betekent het toeval?
iets dat valt.
iets wat je niet had verwacht.
een toeter
iets wat je al weet.
De verdachte
Iemand die iets heeft bedacht.
Iemand die hard wegloopt.
Iemand van wie de politie denkt dat hij iets strafbaars heeft gedaan.
Iemand die bij de politie wil gaan werken.
Wat betekent: dusdanig
op zo'n manier
dus
maar
daad
Wat betekent: boter bij de vis?
Iets wat je koopt direct betalen.
Altijd bij vis een beetje boter doen.
iets betalen met boter.
iets betalen met vis.
