wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Organen en cellen

Total questions: 34

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.
Vervoert zuurstof en voedingsstoffen naar de organen.
a)
ademhalingsstelsel
b)
bloedvatenstelsel
c)
spierstelsel
d)
zenuwstelsel
2.
Welk orgaan valt niet onder het verteringsstelsel?
a)
dikke darm
b)
dunne darm
c)
hart
d)
maag
3.
Wat is de functie van ons beenderstelsel?
a)
Stevigheid geven
b)
Stevigheid geven, voortbewegen
c)
Stevigheid geven, bescherming, voortbewegen
4.
Welk orgaan wordt weergegeven met J?
a)
Lever
b)
Maag
c)
Alvleesklier
d)
Hart
5.
Welk orgaan wordt weergegeven met D?
a)
Slokdarm
b)
Luchtpijp
c)
Holle ader
d)
Aorta
6.
Dit is een dwarsdoorsnede van...
a)
de buikholte (onder het middenrif)
b)
de borstholte
c)
de buikholte (ter hoogte van de navel)
7.
Wat is de juiste volgorde van groot naar klein?
a)
Organenstelsel - Organisme - Weefsel - Cellen
b)
Organisme - Organenstelsel - Weefsel - Cellen
c)
Organisme - Organenstelsel - Organen - Weefsel - Cellen
d)
Organenstelsel- Organisme - Organen
8.
Welk organenstelsel is hier afgebeeld?
a)
bloedvatenstelsel
b)
zenuwstelsel
c)
spierenstelsel
d)
verteringsstelsel 
9.

In de afbeelding zie je een deel van een plant. Met welk nummer is een zijwortel aangegeven?

a)

Nummer 1

b)

Nummer 2

c)

Nummer 3

d)

Nummer 4

10.

Welk van onderstaande beschrijvingen is géén functie van de wortel van een plant?

a)

Vast zetten van plant in de bodem

b)

Opnemen van koolstofdioxide in de lucht

c)

Opslaan van reservevoedsel

d)

Opnemen van water in de grond

11.

Hoe heet onderdeel 3 in de afbeelding

a)

Bladmoes

b)

Bladrand

c)

Bladnerf

12.

Tine zegt: Een plant slaat reservevoedsel op in de wortel. Daarmee kan de plant de winter doorkomen.

Rudy zegt: De plant neemt water en voedingsstoffen op en vervoert ze naar de bladeren. De stoffen worden vervoerd door vaatbundels.

Wie heeft er gelijk?

a)

Beide ongelijk

b)

Tine

c)

Rudy

d)

Beide gelijk

13.

Welk van deze twee planten leeft in een droge omgeving?

a)

A

b)

B

14.
Wat is de functie van huidmondjes in bladeren?
a)
Via de huidmondjes wordt koolstofdioxide en zuurstof opgenomen
b)
Om het verdampen van vocht te voorkomen sluiten de huidmondjes
c)
Via de huidmondjes kunnen planten zuurstof afgeven
d)
Alle antwoorden zijn goed
15.

Wat is een weefsel?

a)

Een ander woord voor orgaan

b)

Een groep organen bij elkaar

c)

Alle cellen in ons lichaam

d)

Een groep cellen met dezelfde vorm en functie

16.

Wat is tussencelstof?

a)

Een stof die tussen de cellen van weefsels zit

b)

Een stof die tussen verschillende weefsels zit

c)

Een ander woord voor weefsel

d)

Een orgaan

17.
wat veroorzaakt de gele kleur van de paprika?
a)
Plastiden
b)
Bladgroenkorrels
c)
Zetmeelkorrels
d)
Kleurstofkorrels
18.

Waar in een plantencel vind fotosynthese plaats?

a)

Celkern

b)

Cytoplasma

c)

Bladgroenkorrels

d)

Celwand

19.

De stevigheid van dierlijke cellen ontstaat door stevige celwanden. Juist of onjuist?

a)

Juist

b)

Onjuist

20.

Onderdeel 1 heet

a)

Cytoplasma

b)

Vacuole

c)

Kern

21.

Welk onderdeel van de cel regelt wat er in de cel gebeurd?

a)

Celkern

b)

Kernmembraan

c)

Cytoplasma

d)

Bladgroenkorrels

22.

Welke plastiden zitten er in een aardappel.

a)

Kleurstofkorrels

b)

Bladgroenkorrels

c)

Zetmeelkorrels

23.

In het DNA vormen de basen A, C, G en T vaste paren.


Welke paren zijn dat?

a)

A met G en C met T

b)

A met T en C met G

c)

A met C en G met T

24.

In de afbeelding zie je een foto van een cel met een celkern.


Vindt er celdeling plaats in deze cel?

En welke uitleg klopt bij het antwoord?

a)

Ja , de chromosomen zijn zichtbaar

b)

Ja, de chromosomen zijn niet zichtbaar

c)

Nee, de chromosomen zijn zichtbaar

d)

Nee, de chromosomen zijn niet zichtbaar

25.

Lichaamscellen van de mens bevatten hoeveel chromosomen?

a)

23

b)

46

c)

92

d)

12

26.

Cellen die zorgen voor groei en herstel van je lichaam, noemen we

a)

gespecialiseerde cel

b)

stamcel

c)

moedercel

d)

dochtercel

27.

Hoe noemen we het proces waarbij dochtercellen net zo groot worden als de moedercel?

a)

groei

b)

ontwikkeling

c)

specialisatie

d)

plasmagroei

28.

Hoe noemen we een cel waaruit alle verschillende typen cellen kunnen ontstaan?

a)

embryonale stamcel

b)

stamcel

c)

moedercel

d)

gespecialiseerde cel

29.

Plantaardige cellen doen niet aan celdeling.


Dit is:

a)

Juist

b)

Onjuist

30.

De celkern is aangegeven met

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

7

31.

Een cel gaat delen. In welk antwoord staan de stappen in de juiste volgorde als een cel gaat delen?

a)

plasmagroei - celdeling - kerndeling

b)

celdeling - kerndeling - plasmagroei

c)

kerndeling - celdeling - plasmagroei

32.

Waarvoor is celdeling nodig?

a)

Om te groeien

b)

Om dode cellen te vervangen

c)

Om te groeien en om oude (dode) cellen te vervangen

33.

In welk onderdeel vind vertering plaats in een eencellige?

a)

Cytoplasma

b)

Cel anus

c)

Celkern

d)

Voedingsvacuole

34.

Welke van de plaatjes geeft een pantoffeldiertje weer?

a)
b)