wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H3 - grammatica zinsdelen

Total questions: 15

Worksheet time: 45mins

Name
Class
Date
1.

Wist je dat skeleton een vorm van sleeën op een bobsleebaan is?

Wat is de juiste zinsstructuur?

a)

hz + hz

b)

hz + bz

c)

bz + hz

2.

Zullen we morgen naar het strand gaan of wil je liever naar de dierentuin?

Wat is de juiste zinsstructuur?

a)

hz + hz

b)

hz + bz

c)

bz + hz

3.

De oudere kinderen mochten mee naar het feest, maar de kleintjes moesten thuisblijven.

Wat is de juiste zinsstructuur?

a)

hz + hz

b)

hz + bz

c)

bz + hz

4.

Omdat Dennis vliegangst heeft, gaat hij altijd met de auto op vakantie.

Wat is de juiste zinsstructuur?

a)

hz + hz

b)

hz + bz

c)

bz + hz

5.

Zodra de uitslag bekend is, geeft de voorzitter of de secretaris een persconferentie, want de journalisten staan al uren te wachten.

Noteer de voegwoorden uit de zin. Geef ze in de volgorde van de zin en scheid de antwoorden met een komma (voegwoord, voegwoord).

(a)  

6.

Arnie zegt dat hij deze zomer gaat kamperen, tenzij het slecht weer is, want zijn tent is niet helemaal waterdicht.

Noteer de voegwoorden uit de zin. Geef ze in de volgorde van de zin en scheid de antwoorden met een komma (voegwoord, voegwoord).

(a)  

7.

Uiteindelijk is Emiel toch geworden wat zijn vader van hem verlangde.

Geef aan of de onderstreepte woorden een zinsdeel zijn of een zinsdeelzin.

a)

zinsdeel

b)

zinsdeelzin

8.

Dat Sybille zulke vervelende opmerkingen gemaakt had, wilde Koen haar niet vergeven.

Geef aan of de onderstreepte woorden een zinsdeel zijn of een zinsdeelzin.

a)

zinsdeel

b)

zinsdeelzin

9.

Ondanks de waarschuwingen van haar moeder ging Roodkapje van het pad af.

Geef aan of de onderstreepte woorden een zinsdeel zijn of een zinsdeelzin.

a)

zinsdeel

b)

zinsdeelzin

10.

In Australië is een eliteschool in rep en roer, omdat de directeur een geliefde docent heeft ontslagen.

De bijzin is een...

a)

ow-zin

b)

lv-zin

c)

mv-zin

d)

bwb-zin

11.

Wie de grammaticatoets foutloos maakt, geef ik een chocoladereep.

De bijzin is een...

a)

ow-zin

b)

lv-zin

c)

mv-zin

d)

bwb-zin

12.

Toen ik zaterdag in de stad was, zag ik de vader van Jim.

De bijzin is een...

a)

ow-zin

b)

lv-zin

c)

mv-zin

d)

bwb-zin

13.

Dat Sybille zulke vervelende opmerkingen gemaakt had, wilde Koen haar niet vergeven.

De bijzin is een...

a)

ow-zin

b)

lv-zin

c)

mv-zin

d)

bwb-zin

14.

Wie geen zin heeft in het feestje van Ian, moet maar thuisblijven.

De bijzin is een...

a)

ow-zin

b)

lv-zin

c)

mv-zin

d)

bwb-zin

15.

Omdat de juf een hele tijd ziek is geweest, heeft ze onze cijfers nog niet online gezet.

De bijzin is een...

a)

ow-zin

b)

lv-zin

c)

mv-zin

d)

bwb-zin