wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

6.1 en 6.3

Total questions: 10

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Deze vraag gaat over gevolgen van het groeiende nationalisme in Europa. Kies de letters van de twee juiste zinnen.

a)

Door het nationalisme begon de Frans-Duitse oorlog.

b)

Door het nationalisme gingen natiestaten beter samenwerken.

c)

Door het nationalisme ontstonden nieuwe natiestaten.

d)

Door het nationalisme raakte Rusland verzwakt.

2.

Wat houdt het begrip nationalisme in? Er zijn twee antwoorden goed.

a)

Liefde voor het eigen volk.

b)

Staat waarin meerdere volken leven.

c)

De wil om oorlog te voeren tegen andere landen.

d)

Het streven naar een eigen natiestaat.

3.

De Frans-Duitse oorlog had twee gevolgen. Welk gevolg zie je hier in beeld?

(a)  

4.

In de vorige vraag werd gevraagd naar één van de gevolgen van de Frans-Duitse oorlog. Wat was het andere gevolg?

(a)  

5.

In Oost-Europa namen de spanningen toe na 1870 doordat twee landen oorlog voeren met elkaar. Welke twee landen waren dat?

a)

Oostenrijk en Duitsland.

b)

Rusland en het Ottomaanse rijk.

c)

Rusland en Servië.

d)

Duitsland en Rusland.

6.

Hoe heet de periode tussen 1870 - 1914?

a)

Het kolonialisme.

b)

Het moderne kolonialisme.

c)

Het imperialisme.

d)

Het moderne imperialisme.

7.

Wat was geen oorzaak van het moderne imperialisme?

a)

Nationalisme.

b)

Gevoel van superioriteit van de blanke man.

c)

Slavernij.

d)

Streven naar winst.

e)

De Industriële Revolutie.

8.

Wat waren twee gevolgen van de Conferentie van Berlijn?

a)

België kreeg Congo.

b)

Een Europese staat mocht een gebied pas opeisen als het gebied was bezet.

c)

Er ontstond een wedloop om Afrika.

d)

Volkeren in Afrika raakten gescheiden van elkaar.

9.

Welk land in Azië kwam tijdens de periode van het moderne imperialisme in de invloedssferen van verschillende landen?

a)

Filipijnen.

b)

China.

c)

Japan.

d)

Indonesië.

10.

Bekijk de bron en kies de twee juiste uitspraken.

Het bijschrift van de bron: 'China, de taart van koningen en keizers’ (Franse prent uit 1898)

Toelichting: Op de taart staat ‘Chine’ (= China). Om de tafel zitten (van links naar rechts) de Britse koningin Victoria, de Duitse keizer Wilhelm II, de Russische tsaar Nicolaas II, de Franse Marianne en een Japanse samoerai (= krijger en bestuurder). Achter iedereen staat een belangrijke Chinese generaal.

a)

China probeert de andere landen tegen te houden.

b)

Duitsland gebruikt geweld om een stuk te bemachtigen.

c)

Europese landen willen China als een taart onderling verdelen.

d)

Groot-Brittannië en Duitsland proberen samen te werken.

e)

Rusland en Frankrijk willen niet samenwerken.