wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

KBL Politiek 3.4 / 3.5 / 3.6 / 3.7

Total questions: 35

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.

Het parlement bestaat uit _____ zetels

a)

75

b)

225

c)

150

d)

100

2.

Vink aan wie er allemaal in de regering zitten

a)

Het kabinet

b)

Staatssecretarissen

c)

De ministers

d)

De koning

e)

De leden van de tweede kamer

3.

Vink aan wie er allemaal in het kabinet zitten

a)

De regering

b)

De staatssecretarissen

c)

De koning

d)

De leden van de eerste kamer

e)

De ministers

4.

Vink aan wie er in het parlement zitten

a)

De ministers

b)

De tweede kamer

c)

De koning

d)

De eerste kamer

e)

De staatssecretarissen

5.

Wie mogen wetsvoorstellen doen? (vink aan)

a)

ministers

b)

de koning

c)

tweede kamerleden

6.

Wie stemmen op wetsvoorstellen? (vink aan)

a)

ministers

b)

de koning

c)

tweede kamerleden

7.

Wie ondertekent wetten? (vink aan)

a)

ministers

b)

de koning

c)

tweede kamerleden

8.

Wie moet de wet uitvoeren? (vink aan)

a)

ministers

b)

de koning

c)

tweede kamerleden

9.

Wie controleert of de wet wel goed wordt uitgevoerd? (vink aan)

a)

ministers

b)

de koning

c)

tweede kamerleden

10.

Wie moet verantwoording afleggen als een wet niet goed wordt uitgevoerd? (vink aan)

a)

ministers

b)

de koning

c)

tweede kamerleden

11.

In Nederland hebben we een parlementaire democratie, omdat...

a)

er vrije verkiezingen zijn

b)

Het parlement de macht heeft

c)

ons land een grondwet heeft

d)

er geheime verkiezingen zijn

12.

Nederland is een rechtstaat, omdat

a)

De rechten en plichten van de burgers en de overheid zijn vastgelegd in de grondwet en in wetten

b)

Het parlement moet stemmen op wetsvoorstellen

c)

De rechters de belangrijkste beslissingen nemen

d)

De bevolking de baas is

13.

Welke macht wordt door de trias politica in drie delen verdeeld?

a)

De economische macht

b)

De economische macht

c)

De macht van de rechters

d)

De macht van de overheid.

14.

1. In de grondwet staat dat de burgers en de overheid rechten en plichten hebben.

2. In de grondwet staat dat er vrijheid van meningsuiting is.

a)

1 onjuist / 2 juist

b)

allebei juist

c)

1 juist / 2 onjuist

d)

allebei onjuist

15.

Coalitie

a)

Ministers en koning

b)

De eerste en tweede kamer samen

c)

De partijen die juist niet de regering vormen

d)

De partijen die samenwerken in de regering

16.

Oppositie

a)

Ministers en koning

b)

De eerste en tweede kamer samen

c)

De partijen die juist niet de regering vormen

d)

De partijen die samenwerken in de regering

17.

De trias politica verdeeld de macht van de overheid in drie delen. Wie heeft de wetgevende macht?

a)

Het parlement

b)

De ministers

c)

De rechters

d)

De koning

18.

De trias politica verdeeld de macht van de overheid in drie delen. Wie heeft de rechterlijke macht?

a)

Het parlement

b)

De ministers

c)

De rechters

d)

De koning

19.

De trias politica verdeeld de macht van de overheid in drie delen. Wie heeft de uitvoerende macht?

a)

Het parlement

b)

De ministers

c)

De rechters

d)

De koning

20.

Het kabinet is het dagelijks bestuur van Nederland. Wat is het dagelijks bestuur van Almere?

a)

College van B & W

b)

De burgemeester

c)

De gemeenteraad

d)

provinciale staten

21.

Het parlement besluit of plannen en wetten mogen doorgaan. Maar hoe heet zo'n parlement in je gemeente? Wie besluit daar of plannen mogen doorgaan?

a)

De wethouders

b)

Het college van B & W

c)

De gemeenteraad

d)

De burgemeester

22.

Wie moeten de plannen (waarvoor de gemeenteraad stemde) uitvoeren in je gemeente?

a)

De gemeenteraad

b)

De burgemeester

c)

De wethouders

d)

De burgers

23.

Wie controleert of de wethouders (in je gemeente) hun werk wel goed doen?

a)

De burgemeester

b)

De gemeenteraad

c)

Het college van B & W

d)

Je moeder

24.

Vink aan welke klopt (meer antwoorden zijn mogelijk) Nederland is een ...

a)

indirecte democratie

b)

directe democratie

c)

koninkrijk

d)

parlementaire democratie

e)

republiek

25.

In een democratie is het volk de baas, maar in Nederland heeft uiteindelijk ............. de hoogste macht

a)

de koning

b)

de premier

c)

het parlement

d)

het kabinet

26.

Als partijen hebben besloten samen te gaan werken in een regering, dan schrijven zij hun plannen voor de komende vier jaar op in ...

a)

Het regeerakkoord

b)

De troonrede

c)

De miljoenennota

d)

Een coalitie

27.

De partijen die samen de regering vormen, noemen we....

a)

Het regeerakkoord

b)

De troonrede

c)

De miljoenennota

d)

Een coalitie

28.

Op Prinsjesdag wordt het nieuwe parlementaire jaar geopend. De regering maakt dan hun plannen voor het komende jaar bekend. Dat doet zij door de koning ...... te laten voorlezen.

a)

Het regeerakkoord

b)

De troonrede

c)

De miljoenennota

d)

Een coalitie

29.

Op Prinsjesdag worden in de middag door de minister van financiën de verwachte inkomsten en uitgaven van het komende jaar gepresenteerd. Dat doet hij in .....

a)

Het regeerakkoord

b)

De troonrede

c)

De miljoenennota

d)

Een coalitie

30.

Wie kiest het volk rechtstreeks?

a)

De ministers

b)

De leden van de eerste kamer

c)

De minister-president

d)

De leden van de tweede kamer

31.

NADAT de koning en de minister een nieuwe wet hebben ondertekend en VOORDAT de minister de wet gaat uitvoeren, moet aan het land bekendgemaakt worden dat de nieuwe wet er is. Dat gebeurt via...

a)

ALLYNEWS op insta

b)

Het twitteraccount van Donald Trump

c)

OFFICIELEBEKENDMAKINGEN.NL

d)

VICE.NL

32.

Welke uitspraken kloppen (vink aan)?

a)

De tweede kamer mag wetsvoorstellen veranderen, de eerste kamer niet

b)

De eerste kamer stemt eerst over wetsvoorstellen, de tweede kamer daarna

c)

De eerste kamer telt 75 zetels

d)

De tweede kamerleden worden rechtstreeks door het volk gekozen, de eerste kamerleden niet

e)

De eerste kamer komt maar één keer per week samen

33.

Vink aan wat klopt

a)

Coalitiepartijen hebben normaliter samen een meerderheid in de tweede kamer

b)

De minister-president is normaliter lid van een coalitiepartij

c)

Soms zit een oppositiepartij in de regering

d)

oppositiepartijen zijn het veel vaker met de regering eens dan coalitiepartijen

34.

In de grondwet staan de rechten en plichten van de burgers en van de overheid. Op het SE kan ik een aantal rechten en plichten noemen.

a)

ja

b)

nee

35.

Als ik klaar ben met deze quiz, dan krijg ik in beeld de optie om te leren met flashcards. Ik ga dat uitproberen.

a)

ja

b)

nee