wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Internationaal 1: cultuur en ik eind quiz

Total questions: 20

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Wat is cultuur?

a)

Verschillende religies in een land

b)

Een bepaalde leefstijl

c)

Cultuur is het geheel van eten, drinken, muziek en denkwijzen

d)

Cultuur is het geheel van kernmerken, gewoonten, normen en waarden, van een persoon of een groep mensen

2.

Wat betekent het begrip waarde?

a)

Een ongeschreven gedragsregel

b)

Datgene wat je leuk vindt

c)

Datgene wat je belangrijk vindt

d)

Een geschreven gedragsregel

3.

Wat betekent het begrip norm?

a)

Een ongeschreven gedragsregel

b)

Datgene wat je belangrijk vindt

c)

Datgene wat je leuk vindt

d)

Een geschreven gedragsregel

4.

Sam spreekt onbekende mensen en docenten en militaire instructeurs met u aan. Sam vindt beleefdheid belangrijk. Welke waarde heeft Sam?

a)

Hij staat op voor oudere mensen in de bus

b)

Respect

c)

Beleefdheid

d)

Hij spreekt mensen aan met u

5.

Wat is GEEN cultuurkenmerk

a)

Muziek

b)

Eten

c)

Symbolen

d)

Blond haar en blauwe ogen

6.

Welke cultuurkenmerken kan een buitenstaander niet zien aan iemands cultuur?

a)

symbolen

b)

rituelen

c)

tradities

d)

waarden

7.

Welk woord hoort bij het begrip nurture

a)

aangeboren

b)

cultuur relativisme

c)

Cultuur universalisme

d)

aangeleerd

8.

Hoe kijkt een cultuur relativist tegen cultuur aan?

a)

Er gelden bepaalde waarden die voor alle mensen geld

b)

Je kan alleen oordelen over het individu

c)

Elke cultuur is gelijkwaardig

9.

Hoe kijkt een cultuur universalist tegen cultuur aan?

a)

Er zijn waarden die voor alle mensen gelden

b)

Je kan alleen oordelen over het individu

c)

Elke cultuur is gelijkwaardig

10.

Hoe kijkt een cultuur pluralist tegen cultuur aan?

a)

Er zijn waarden die voor alle mensen gelden

b)

Je kan alleen oordelen over het individu

c)

Elke cultuur is gelijkwaardig

11.

Wat bedoelt Ervin Goffman met de uitspraak ''het leven is een theater''?

a)

Mensen moeten meer naar het theater

b)

Elk mens vind het leuk om te acteren

c)

Je omgeving past het gedrag aan aan jou

d)

Je past je gedrag aan aan je omgeving

12.

Kies de juiste definitie voor het begrip normafwijkend gedrag?

a)

Hoe mensen van je verwachten dat je je gedraagt binnen een groep

b)

Gedrag waarbij je andere bedreigt of expres schade veroorzaakt

c)

Het gedrag waarbij je je niet houdt aan de geldende normen

d)

Normen en waarden bij elkaar

13.

Wat bedoeld Ervin Goffman met het begrip Backstage?

a)

De plek waar jou gedrag wordt bepaald door jou omgeving

b)

De plek waar jou gedrag niet wordt bepaald door jou omgeving

c)

De plek waar artiesten bij elkaar komen

d)

De plek waar jou normen en waarden worden aangeleerd

14.

Wat betekend de theorie van de vervullende verwachting ( ‘Self fulfulling prophecy’)?

a)

Jou gedrag is te verklaren door aangeboren kenmerken

b)

Jou gedrag is te verklaren door aangeleerde kenmerken

c)

Alle waarden in de Nederlandse samenleving samen

d)

Jou gedrag is te verklaren door een bepaalde verwachting

15.

Wat hoort NIET bij de 3 hoofdtaken van de krijgsmacht

a)

beschermen van het eigen grondgebied en dat van bondgenoten

b)

Het verhandelen van wapens voor economische doeleinden

c)

leveren van bijstand bij rampen en crises

d)

bevorderen van de (internationale) rechtsorde en stabiliteit

16.

Welke manier van kijken naar cultuur is het meest wenselijk voor het werken bij defensie?

a)

Cultuur relativisme

b)

Cultuur universalisme

c)

Cultuur pluralisme

17.

Welk doel heeft het vak internationaal?

a)

Kennis krijgen over culturen

b)

Ontwikkelen van culturele sensitiviteit

buiten/binnen defensie

c)

Het gedrag van mensen verklaren

d)

Je eigen gedrag verklaren

18.

In domein hoort het gedrag dat je vertoont tijdens een stage op een kazerne?

a)

Publieke domein

b)

Politieke domein

c)

Prive domein

d)

Professionele domein

19.

Bij welk domein zit je in de ''backstage''?

a)

Publieke domein ( op straat, sport

b)

Prive domein (thuis, vrienden)

c)

Politieke domein ( maatschappelijkheid)

d)

Professionele domein (werk, opleiding)

20.

Welke waarde in de Nederlandse samenleving vindt jij het belangrijkste? (telt niet mee voor je score)

a)

Vrijheid

b)

Gelijkheid

c)

Broederschap

d)

Veiligheid