wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

hoofdstuk 4 Geluid

Total questions: 7

Worksheet time: 4mins

Name
Class
Date
1.

De elektrische gitaar is niet aangesloten op een geluidsinstallatie. Als je erop gaat spelen welke gitaar klinkt harder?

a)

Gewone gitaar

b)

Elektrische gitaar

2.

Noem een voorbeeld van gehoor bescherming.

(a)  

3.

De tijdinstelling van de drie oscilloscoopschermen is 1 ms per hokje.

Welke zin is onjuist?

a)

In scherm C is een zachte toon afgebeeld.

b)

In scherm B is een lage toon afgebeeld

c)

In scherm C is de laagste toon afgebeeld.

d)

In scherm A en scherm C is dezelfde toon afgebeeld.

4.

Je wordt regelmatig blootgesteld aan een geluid van 90 dB(A). Welke uitspraak is juist?

a)

Dit is vervelend maar niet schadelijk voor je gehoord.

b)

Dit kan je gehoor beschadigen.

c)

Dit beschadigt je gehoor zeker.

5.

Of iemand geluid als hinderlijk ervaart of niet, hangt af van de omstandigheden.

a)

waar

b)

niet waar

6.

Geluidsoverlast is objectief te meten: het is altijd voor iedereen hetzelfde.

a)

waar

b)

niet waar

7.

Materiaal dat geluid moet dempen is ...

a)

hard en glad

b)

hard en poreus

c)

zacht en glad

d)

zacht en poreus