wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Intro Hoofdstuk 3 - stoffen

Total questions: 14

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Kruis aan wat kunststoffen zijn:

a)

baksteen

b)

lood

c)

pvc

d)

zilver

e)

nylon

2.

Hoe groot is het volume van deze steen?

(a)  

3.

Wat betekent dit symbool

a)

bijtend

b)

irriterend

c)

schadelijk

d)

licht onvlambaar

4.

Selecteer de stofeigenschappen

a)

geur

b)

brandbaarheid

c)

smaak

d)

vorm

5.

Welke stofeigenschap kun je het best onderzoeken als je wilt weten of je suiker of zout hebt?

a)

smaak

b)

geur

c)

kleur

d)

brandbaarheid

6.

De massa van 1 cm3 wordt ook wel de (a)   van een stof genoemd.

7.

Wat is de dichtheid van een blokje met een massa van 10,0 g en een volume van 5,0 cm3 in gram per kubieke centimeter?

(a)  

8.

Het volume van een onregelmatig voorwerp kun je bepalen met behulp van de ____________ methode

a)

luchtdruk

b)

meet

c)

weeg

d)

onderdompel

9.

Selecteer de mengsels

a)

kraanwater

b)

kristalsuiker

c)

Roest Vast Staal (RVS)

d)

azijn

10.

De formule voor de inhoud van een rechthoekig voorwerp is: V = (antwoord invullen zonder spaties en gebruik * voor vermenigvuldigen)

(a)  

11.

Een atoom is opgebouwd uit moleculen

a)

Waar

b)

Niet waar

12.

In hoeveel fasen kan een stof voorkomen?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

13.

De fase-overgang van vast naar gas:

a)

rijpen

b)

sublimeren

c)

stollen

d)

smelten

e)

condenseren

14.

Als ijs smelt gaan de atomen harder trillen

a)

waar

b)

niet waar