wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling thema 2+3.1 Organen en cellen

Total questions: 23

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een orgaan?

a)

Een deel van een organisme met een bepaalde taak.

b)

Een groep cellen bij elkaar met dezelfde eigenschappen.

2.

Wat is een groep organen die samen een bepaalde functie hebben?

a)

Cel

b)

Orgaan

c)

Organisme

d)

Weefsel

e)

Organenstelsel

3.

Je lever hoort bij je?

a)

Bloedvatenstelsel

b)

Spierstelsel

c)

Verteringsstelsel

d)

Zenuwstelsel

4.

Wat is geen onderdeel van het ademhalingsstelsel?

a)

Luchtpijp

b)

Bronchie

c)

Long

d)

Hart

5.

Wat zit er aan de wortels van een plant?

a)

Zijwortels

b)

Bijwortels

c)

Wortelvertakkingen

6.

Waarvoor dienen de wortelharen van een plant?

a)

Stevigheid

b)

Voedingsstoffen opnemen

7.

Waarvoor dienen de vaten in een plant?

a)

voor transport van voedingsstoffen.

b)

Voor stevigheid in de plant.

8.

Welk orgaan wordt met nr.1 aangegeven?

a)

Slokdarm

b)

Luchtpijp

c)

Keel

d)

Strot

9.

Welk orgaan wordt aangegeven met nr. 5

a)

Maag

b)

Lever

c)

Dikke darm

d)

Alvleesklier

10.

Welk orgaanstelsel is hier afgebeeld?

a)

Ademhalingsstelsel

b)

Bloedvatenstelsel

c)

Zenuwstelsel

d)

Spierenstelsel

11.

Als ik kijk door een oculair van 10x en een objectief van 20x, dan heb ik een totale vergroting van 10 x 20 = 200x.

a)

Juist

b)

Onjuist

12.

Hoe heet de bovenste lens waardoor je kijkt?

a)

oculair

b)

objectief

13.

Wat is de functie van nummer 4?

a)

Het verplaatsen van de tafel

b)

Het bijstellen van het licht

c)

Het scherp zetten van het beeld

d)

Het draaien van de objectieven

14.

Met welk onderdeel regel je de hoeveelheid licht?

a)

11

b)

10

c)

5

d)

8

15.

Hoe heet onderdeel 8?

a)

Oculair

b)

Objectief

c)

Revolver

16.

Met welke schroef moet je scherpstellen bij een vergroting van 400X

a)

Kleine en grote schroef

b)

Alleen de grote schroef

c)

Alleen de kleine schroef

17.

Wat is de functie van de revolver?

a)

Hiermee klem je het preparaat vast

b)

Hieraan pak je de microscoop vast

c)

Hiermee kun je naar een geschikt objectief draaien

18.

Welk onderdeel heeft een dierlijke cel niet?

a)

Kern

b)

Celwand

c)

Celmembraan

d)

Cytoplasma

19.

Waar in een plantencel vind fotosynthese plaats?

a)

Celkern

b)

Bladgroenkorrels

c)

Cytoplasma

d)

Celwand

20.

Wat zijn wel stappen bij gewone celdeling (mitose)?

a)

Kerndeling

b)

Plasmagroei

c)

Kerngroei

d)

Celdeling

e)

Celwand verdubbeling

21.

Hoe komen chromosomen voor?

a)

Los

b)

In paren

c)

Per drie samen

d)

Per vier samen

22.

Wanneer is iets een soort?

a)

Als organismen vruchtbare nakomelingen kunnen voortbrengen.

b)

Als organismen nakomelingen kunnen voortbrengen.

c)

Als organismen heel erg op elkaar lijken.

23.

Welke kenmerken kun je niet gebruiken voor indeling van organisme?

a)

Celkern

b)

Celwand

c)

Bladgroenkorrels

d)

Hoeveelheid cellen