wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

V2 3.2 + 3.3

Total questions: 8

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Welk van de onderstaande beweringen zijn NIET waar?

a)

Een temperatuur van 0 K komt overeen met 273 °C.

b)

15 MJ = 15 000 000 J

c)

Het kookpunt van water is 100 °C.

d)

Gassen zetten bij verwarming veel minder uit dan vaste stoffen.

e)

Als het temperatuurverschil tussen een voorwerp en de omgeving kleiner is, gaat er meer warmte verloren.

2.

Twee kilo hout levert 32 MJ aan verbrandingswarmte. Hoeveel liter waterstofgas moet je verbranden om dezelfde hoeveelheid verbrandingswarmte te krijgen?

(De verbrandingswarmte van waterstofgas is 10,8 MJ per kubieke meter (10,8 MJ/m3)

a)

2,96 m3

b)

0,34 m3

c)

296 liter

d)

2960 liter

3.

Reken om 35°C = ....... K

a)

-238 K

b)

308 K

c)

9555 K

d)

0,128 K

4.

Hoe kun je de gevoeligheid van een vloeistofthermometer verhogen? (meerdere antwoorden zijn mogelijk)

a)

Door een langere stijgbuis te nemen

b)

Door een groter reservoir te nemen

c)

Door een dunnere stijgbuis te nemen

d)

Door een kleiner reservoir te nemen

5.

Een thermometer wordt geijkt in graden Celsius. De twee ijkpunten zijn:

a)

Kookpunt van bezine

b)

Smeltpunt van ijswater

c)

Smeltpunt van kaarsvet

d)

Kookpunt van water

6.

In de figuur zie je een bimetaal thermometer. Waarop is de werking van zo'n thermometer gebaseerd?

a)

Op het verschil in uitzetten van twee verschillende vloeistoffen in een buis.

b)

Op het verschil in uitzetten van twee verschillende vaste stoffen in een buis.

c)

Op het verschil van uitzetten van twee verschillende metalen.

d)

Geen van de bovenstaande antwoorden is juist

7.

in de tabel hierboven staat de uitzetting van verschillende materialen. Kees bouwt een verwarming die bestaat uit aluminium buizen. Tussen koud en warm zit een verschil van 100 °C. Bereken hoeveel mm langer een buis van 4,0 m dan wordt.

a)

0,23 mm

b)

0,92 mm

c)

9,2 mm

d)

23 mm

8.

Omrekenen van Celsius naar Kelvin en andersom wordt geven door:

a)
b)
c)
d)