wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3 kader / woordenschat H3 + H4 / NN6

Total questions: 25

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Bij welk woord zoek je de volgende uitdrukking op in het woordenboek?

Hij viel met de deur in huis.

(a)  

2.

Bij welk woord zoek je het volgende spreekwoord op in het woordenboek?

Een appeltje voor de dorst.

(a)  

3.

Welke zinnen zijn figuurlijk bedoeld?

Je mag meerdere antwoorden kiezen.

a)

Hij heeft echt een gat in zijn hand; al zijn salaris geeft hij meteen uit.

b)

HIj doet vaak alsof zijn neus bloedt, zodat hij een excuus heeft om naar de wc te gaan.

c)

We zijn bijna klaar; we moeten alleen nog de puntjes op de i zetten.

d)

Die broek is veel te strak en zit mij niet lekker.

e)

Als je brutaal bent tegen mevrouw Stokman, dan ben je nog niet jarig.

4.

Welk woord past in de zin?

.... of je lid bent of niet, iedereen betaalt evenveel voor een toegangsbewijs.

a)

gelijkwaardig

b)

ongeacht

c)

delegatie

d)

eventueel

5.

Welk woord past in de zin?

Je merkt niet dat Marwan een ... aan zijn hand heeft, want hij kan er alles mee.

a)

prothese

b)

missie

c)

delegatie

d)

diversiteit

6.

Welk woord past in de zin?

Wij gaan elk jaar naar dezelfde camping, want dat voelt erg ....

a)

aangepast

b)

heisa

c)

gate

d)

vertrouwd

7.

Welk woord hoort er niet bij als je let op het basiswoord en de twee betekenissen die erbij horen?

a)

protesteren

b)

vastmaken

c)

zeggen dat het klopt

d)

bevestigen

8.

Welk woord hoort er niet bij als je let op het basiswoord en de twee betekenissen die erbij horen?

a)

voorstellen

b)

plannen

c)

zeggen wie je bent

d)

mogelijkheid

9.

Noteer het synoniem voor:

verruild

(a)  

10.

Noteer het synoniem voor:

consumenten

(a)  

11.

Noteer het synoniem voor:

optie

(a)  

12.

Noteer het synoniem voor:

fans

(a)  

13.

Wat is de betekenis van:

een slag om de arm houden

a)

daar ben ik boos over en wil ik over praten

b)

geen definitieve uitspraak doen om te voorkomen ergens aan vast te zitten

c)

precies op het goede moment komen

d)

er zijn vragen waarop je geen zinnig antwoord kunt geven

14.

Wat is de betekenis van:

iedere gek heeft zijn gebrek

a)

er is met iedereen wel wat

b)

nu even serieus

c)

jezelf belachelijk maken

d)

er zijn vragen waarop je geen zinnig antwoord kunt geven

15.

Wat is de betekenis van:

diversiteit

a)

toestand, drukte, gedoe

b)

bijzondere opdracht

c)

mogelijkheid

d)

verschillend mogen zijn

16.

Noteer de betekenis die je moest leren voor:

nog niet droog achter de oren zijn

(a)  

17.

Noteer de betekenis die je moest leren voor:

ongeacht

(a)  

18.

Noteer de betekenis die je moest leren voor:

amputeren

(a)  

19.

Noteer de betekenis die je moest leren voor:

delegatie

(a)  

20.

Noteer de betekenis die je moest leren voor:

dat is te gek om los te lopen

(a)  

21.

Noteer de betekenis die je moest leren voor:

alle gekheid op een stokje

(a)  

22.

Noteer de betekenis die je moest leren voor:

binnen no time

(a)  

23.

Noteer de betekenis die je moet leren voor:

bij de les blijven

(a)  

24.

Noteer de betekenis die je moest leren voor:

gate

(a)  

25.

Noteer de betekenis die je moest leren voor:

doen alsof je neus bloedt

(a)