wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Mens en Maatschappij hfd 4 herhaling

Total questions: 24

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de beroepsbevolking?

a)

Alle mensen die willen werken

b)

Alle mensen die werken

c)

Alle mensen die opzoek zijn naar werken

d)

Alle mensen die zwart werken

2.

In welke beroepssector wordt er vis gevangen?

a)

Landbouwsector

b)

Dienstensector

c)

Industriële sector

3.

Door wat nam de werkgelegenheid af?

a)

Door de industriële revolutie

b)

Door de dienstensector

c)

Door de automatisering

d)

Door het imperialisme

4.

Welke sector is in Nederland nu heel groot?

a)

Landbouwsector

b)

Dienstensector

c)

Industriële secotr

5.

Wat is de secundaire sector?

a)

Landbouwsector

b)

Dienstensector

c)

Industriële sector

6.

Wat deden mensen als ze aan huisnijverheid deden?

a)

In een fabriek werken

b)

Op een boederij werken

c)

Weven en spinnen van stoffen

d)

Administratie regelen

7.

Wat gebeurde er door de uitvinding van de stoommachine?

a)

Mensen moesten minder geld betalen

b)

Mensen werden minder afhankelijk van de natuur

c)

Mensen werden machtiger

d)

De arme mensen konden nu ook werken

8.

Wat wilde werkgevers het liefst?

a)

Meer geld verdienen

b)

Meer uren werken

c)

Een vakbond oprichten

d)

Kinderarbeid verbieden

9.

Hoe vervoerde mensen de steenkolen?

a)

Vrachtwagers

b)

Boten

c)

Treinen

d)

Koets

10.

Hoe werden die treinen en boten aangedreven?

a)

Benzine

b)

Diesel

c)

Water

d)

Steenkool

11.

Hoe hete de grote verandering die ontstond door de komst van de stoommachine?

a)

Burgers en stoommachines

b)

Industriële revolutie

c)

Fabrieksrevolutie

d)

Arbeiders revolutie

12.

Wat betekend concurrentie?

a)

De strijd wie het snelste met de stoomtrein kon

b)

De strijd wie het meeste werknemers had

c)

De strijd om zoveel mogelijk producten te verkopen e

d)

De strijd wie de meeste kolen kon dragen

13.

Mensen gingen steeds meer van stad naar platteland. Welke begrippen horen bij deze uitleg?

a)

Urbanisatie

b)

Imperialisme

c)

Verstedelijking

d)

Verdunning

14.

Hoe heten de landen waar we veel grondstoffen vandaan haalden?

a)

Koningrijk

b)

Nazi's

c)

Landen

d)

Kolonies

15.

Wat is imperialisme?

a)

Het land bezoeken

b)

Het land veroveren

c)

Met een land handelen

d)

Het land nieuwe gebruiken aanleren

16.

Wat moesten vakbonden doen?

a)

Meer rechten voor de werknemers regelen

b)

Meer rechten voor de werkgevers regelen

c)

Meer plek om te wonen regelen

d)

Meer plek voor de fabrieken regelen

17.

Hoe het onze leefomgeving?

a)

Lucht

b)

broeikas

c)

Milieu

d)

Ozonlaag

18.

Wat zijn fossiele brandstoffen?

a)

Stoffen die niet schadelijk zijn voor het milieu

b)

Stoffen die wel schadelijk zijn voor het milieu

19.

Welke is geen fossiele brandstof?

a)

Aardgas

b)

Aardolie

c)

Windkracht

d)

Steenkool

20.

Hoe heet het wat je hier ziet?

a)

Verdunning van de ozonlaag

b)

Milieuvervuiling

c)

Duurzame energie

d)

Broeikaseffect

21.

Wat is een ander woord van atmosfeer?

a)

Broeikas

b)

Dampkring

c)

Gassen

d)

Milieu

22.

Door wat wordt de ozonlaag verdunt

a)

Fossiele brandstoffen

b)

Cfk gassen

c)

Broeikasgassen

d)

CO2

23.

Welke straling is uiteindelijk schadelijk voor de mens door verdunning van de ozonlaag?

a)

Milieuvervuiling

b)

CO2 straling

c)

infrarood straling

d)

uv-straling

24.

Wat is een wereldwijd milieu probleem?

a)

Olie lek in de middellandse zee

b)

Fles bleek in de sloot doen

c)

Vuil niet scheiden

d)

Klimaatsverandering