wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

5v exogene krachten

Total questions: 13

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Een geograaf doet twee uitspraken over verwering.

I: Chemische verwering is een snel proces dat plotseling plaatsvindt.

II: Fysische verwering is een traag proces dat pas na verloop van tijd effect te zien geeft.

a)

I is juist, II is onjuist.

b)

I is onjuist, II is juist.

c)

Beide zijn juist.

d)

Beide zijn onjuist.

2.

Een fysisch geograaf doet de volgende twee uitspraken:

I: In de benedenloop meanderen rivieren. Die zorgen daarbij voor erosie in de binnenbocht en sedimentatie in de buitenbocht.

II: In de bovenloop sedimenteren rivieren grote hoeveelheden zand en grind waardoor grote meanders ontstaan.

a)

A I is juist, II is onjuist.

b)

B I is onjuist, II is juist.

c)

C Beide zijn juist.

d)

D Beide zijn onjuist.

3.

In overstromingsvlakten en op de bodem van de zee hopen zich lagen sediment op die door de rivieren uit de bergen zijn meegenomen. In de loop van de tijd worden de korrels van sedimenten onder druk aan elkaar 'geplakt'. Ze veranderen dan in sedimentgesteente. Welke gesteenten ontstaan uit de volgende sedimenten?


zand

klei

grind

kalk

(a)  

4.

Bekijk figuur 1. Grotten zoals deze komen veelvuldig in Slovenië voor. Met wat voor soort verwering heb je hier te maken?

a)

chemische verwering

b)

fysische verwering

c)

zoutverwering

d)

vorstverwering

5.

Op figuur 1 zie je stalactieten. Dit is druipsteen dat aan het plafond van de grot hangt. Heb je hier te maken met erosie, verwering, sedimentatie of oplossing? Verklaar je antwoord.

(a)  

6.

De overstromingsvlakte van een rivier wordt in het leerboek ook wel een 'waterpaslandschap' genoemd, waarbij de sedimenten keurig gelaagd worden afgezet. Leg uit hoe de gelaagdheid van zand en klei ontstaat. Je uitleg bevat een oorzaak-gevolgrelatie.

(a)  

7.

Bekijk de grafiek in figuur 2. In de grafiek is met twee lijnen aangegeven op welke plek op aarde de relatieve verweringssnelheid voor chemische en fysische verwering het grootst is. Welke lijn geeft de chemische verwering aan? Verklaar je keuze.

(a)  

8.

Bekijk figuur 3. Geef aan:

· welk deel van de rivier je op deze foto ziet.

· welke twee sedimenten je hier zeker zult aantreffen.

· wat de verklaring voor je keuze van sedimenten is.

(a)  

9.

Hierna staat een aantal exogene processen. Welke vier van deze processen spelen een rol bij de afbraak van een gebergte? Zet deze in de juiste volgorde.

A aardverschuivingen

B convergentie

C erosie

D meanderen

E riviertransport

F verwering

(a)  

10.

Bekijk figuur 4. Welk of welke van de volgende begrippen hebben met de aardverschuiving van de figuur te maken?

A modderstroom

B rivierwater

C vallend gesteente

D zijdelings eroderen

E zwaartekracht

(a)  

11.

Noem drie omstandigheden die nodig zijn om een aardverschuiving te veroorzaken.

(a)  

12.

In de Alpen vind je veel U-dalen. Leg uit hoe deze zijn ontstaan en gebruik in je uitleg ook het begrip ‘V-dal’.

(a)  

13.

Bekijk figuur 6.

Geef voor de nummers 1, 2 en 3 aan welk sediment hier terecht zal komen. Grind zand klei

(a)