wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Grieken - oefening 1

Total questions: 12

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Wie hebben de Olympische Spelen bedacht?

a)

De Nederlanders

b)

Romeinen

c)

De Grieken

d)

Onze klas

2.

Lees het bronnetje: De beginregels van de Odyssee.


O Muze, bezing mij de listige held, die lang over de wijde wereld zwierf, nadat hij de machtige burcht van Troje had verwoest. Van veel mensen zag hij de steden en leerde hij hun aard kennen. Veel ellende doorstond hij op zee, vechtend voor zijn leven en de terugkeer van zijn vrienden. Vertel, o goddelijke dochter van Zeus, ook ons dit verhaal en gein het waarheen u goeddunkt.


Deze bron is een goed voorbeeld van een.....

a)

scheepsjournaal

b)

mythe

c)

historische gebeurtenis

d)

spannend modern verhaal

3.

Goed of fout?

1. Meerdere poleis hadden democratie als bestuursvorm

2. Iedere polis bestuurd zichzelf.

a)

Beide antwoorden zijn goed

b)

1 is goed, 2 is fout

c)

1 is fout, 2 is goed

d)

Beide antwoorden zijn fout

4.

lees het bronnetje:

" Ik verzoek u om de naam van de personen van wie u vindt dat hij een bedreiging voor onze democratie is, op de scherf te krassen". De voorzitter strak de volksvertegenwoordiging van Athene ernstig toe. Alle mannen kerfden een naam in de scherf.


Welk politiek middel wordt beschreven in de bron?

a)

de Donkere eeuwen

b)

de oligarchie

c)

de filosofie

d)

het ostracisme

5.

Een ander woord voor stadstaat is

a)

Agora

b)

Kolonie

c)

Athena

d)

Polis

6.

Door het landschap kwam er vaak hongersnood voor. Daarom gingen de Grieken

a)

Kunstmest gebruiken

b)

Kolonies stichten

c)

Bergen afgraven

d)

Meer mensen boer laten worden

7.

Bij een monarchie

a)

is 1 persoon de baas. Zijn positie is erfelijk.

b)

zijn meerdere personen samen de baas. Zij komen uit de rijkste families.

c)

is 1 persoon de baas. Hij heeft met geweld de macht gegrepen.

d)

is het hele volk de baas. Zij kiezen de bestuurders.

8.

Bij een aristocratie

a)

is 1 persoon de baas. Zijn positie is erfelijk.

b)

is het hele volk de baas. Zij kiezen de bestuurders.

c)

is 1 persoon de baas. Hij heeft met geweld de macht gegrepen.

d)

zijn meerdere personen de baas. Zij komen uit de rijkste families.

9.

Bij een tirannie

a)

is het hele volk de baas. Zij kiezen de bestuurders.

b)

is 1 persoon de baas. Zijn positie is erfelijk.

c)

is 1 persoon de baas. Hij heeft met geweld de macht gegrepen.

d)

zijn meerdere personen de baas. Zij komen uit de rijkste families.

10.

Bij een democratie

a)

is 1 persoon de baas. Hij heeft met geweld de macht gegrepen.

b)

zijn meerdere personen de baas. Zij komen uit de rijkste families.

c)

is 1 persoon de baas. Zijn positie is erfelijk.

d)

is het hele volk de baas. Zij kiezen de bestuurders.

11.

In Athene mocht je meebeslissen als je burgerrecht had. Wie hadden dat?

a)

Vreemdelingen

b)

Vrouwen

c)

Kinderen onder de 18

d)

Mannen

12.

Welke twee poleis concurreerden elkaar eeuwen lang?

a)

Macedonië en Kreta

b)

Athene en Sparta

c)

Sparta en Corfu

d)

Grieken en Romeinen