Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Retrieval Quiz belangrijke begrippen Russische Revolutie

Total questions: 12

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

…..wilde door een gewelddadige revolutie een eind maken aan het …..

a)

James Watt, Kapitalisme

b)

John Kay, Liberalisme

c)

Karl Marx, Communisme

d)

Karl Marx, Kapitalisme

2.

Welke van de onderstaande kenmerken hoort bij het liberalisme?

a)

De ondernemers hadden belang bij een zo groot mogelijk vrijheid van handel

b)

Ze waren voorstander van vrije concurrentie en vrijhandel

c)

Ze wilden dat de invloed van de overheid op het economisch leven zo gering mogelijk moest zijn

d)

Ze waren tegen vormen van vakbonden, want dan zouden ze geen lage lonen kunnen vaststellen

3.
Socialisme is: 
a)
Het opkomen voor gelijke rechten van vrouwen. 
b)
De overheid moest zich niet te veel bemoeien met de arbeiders. 
c)
Je moest sociaal zijn voor elkaar. 
d)
Je moest opkomen voor onrechtvaardigheid in de samenleving. 
4.
In het kapitalisme zijn de productiemiddelen in handen van de overheid
a)
Juist 
b)
Onjuist
5.
Het communisme is: 
a)
Een zeldzame politieke stroming. 
b)
Een politieke stroming waarbij geweld wordt verheerlijkt. 
c)
Een politieke stroming die de klassensamenleving wil doorbreken. 
d)
Een politieke stroming die alleen in Rusland is voorgekomen. 
6.
Het hoofddoel van kapitalistische ondernemers is ....
a)
Niet failliet gaan
b)
Arbeiders onder de duim houden
c)
Zo veel mogelijk winst maken
d)
Een zo'n rustig mogelijk leven leiden
7.
Wie wilden alle bezittingen onder iedereen eerlijk verdelen?
a)
Vakbonden
b)
Kapitalisten
c)
Socialisten
d)
Revolutionairen
8.

Wat betekent Democratie letterlijk?

a)

Moet ik toch zelf weten!

b)

Het volk bepaalt

c)

De rijken bepalen

d)

De overheid bepaalt

9.
Lenin grijpt de macht in Rusland. Met welke groep doet hij dat?
a)
Met de socialisten
b)
Met de nationalisten
c)
Met de communisten
d)
Met de fascisten
10.
Welk woord past het beste bij het begrip communisme?
a)
Vrijheid
b)
Nationalisme
c)
geweld is goed
d)
gelijkheid
11.

Welke TWEE opties zijn overeenkomsten tussen het Communisme, Fascisme en Nationaalsocialisme?

a)

Alle drie racistisch

b)

Alle drie nationalistisch

c)

Alle drie totalitaire ideologieën

d)

Alle drie anti-democratisch

12.

Welke begrippen horen bij het facisme?

a)

Extreem nationalisme

b)

Rassenleer

c)

Gelijkheid (geen economische verschillen)

d)

Militarisme

e)

Dictatorschap