wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Spelling

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Welke klanken is geen dubbelklank?

a)

aa

b)

ei

c)

ie

d)

ui

e)

ao

2.

Wat is klinkerbotsing?

a)

Dat er 2 klinkers naast elkaar staan die je als 1 klank kunt lezen

b)

Dat er 2 klinkers niet bij elkaar passen

c)

Dat er 2 klinkers verkeerd staan

3.

Wanneer gebruik je een trema?

a)

Om aan te geven dat je de losse klank bedoelt in plaats van de dubbelklank

b)

Om een woord mooier te maken

c)

Omdat dat gewoon moet

4.

Als er een klinkerbotsing ontstaat wanneer je 2 woorden aan elkaar plakt, moet er een streepje tussen.

a)

Niet waar

b)

Wel waar

5.

Wat is een samenstelling en gebruik je dan een streepje?

a)

Een samenstelling zijn 2 losse woorden die samen ook een woord vormen, JA

b)

Een samenstelling zijn 2 losse woorden die samen ook een woord vormen, NEE

c)

Een samenstelling is een woord dat je altijd samen gebruikt, JA

d)

Een samenstelling is een woord dat je altijd samen gebruikt, NEE

6.

Hoe schrijf ik bacterie in het meervoud en waarom?

a)

Bacterieen, omdat je klemtoon niet op de laatste lettergreep valt

b)

Bacterien, omdat je klemtoon niet op de laatste lettergreep valt

c)

Bacteriën, omdat je klemtoon niet op de laatste lettergreep valt

d)

Bacterijen, omdat je klemtoon niet op de laatste lettergreep valt

7.

Welk rijtje is juist geschreven?

a)

Radiootje, ponytje, paradetje, lolly'tje

b)

Radioo'tje, pony'tje, paradetje, lolly'tje

c)

Radiootje, pony'tje, paradetje, lolly'tje

8.

Welk rijtje is juist geschreven?

a)

Opa's, bureaus, radio's

b)

Opaas, bureaus, radioos

c)

Opa's, bureau's, radio's

9.

Wat is een werkwoord, zelfstandig naamwoord en bijvoegelijk naamwoord? Als

a)

Iets dat je doet, een mens dier of ding, iets dat iets zegt over het zelfstandig naamwoord

b)

Iets dat je denkt, een mens dier of ding, iets dat iets zegt over het zelfstandig naamwoord

c)

Iets dat je doet, een voorwerp, iets dat iets zegt over het zelfstandig naamwoord

d)

Iets dat je wil, een mens dier of ding, iets dat iets zegt over het zelfstadig naamwoord

10.

2 zelfstandige naamwoorden die bij elkaar horen (merk+tassen) schrijf je aan elkaar (merktassen) . Als er een uitspraakprobleem is, los je dat op met een verbindingsstreepje.

a)

Klopt soms

b)

Klopt altijd

c)

Klopt nooit

11.

Woorden die geen samenstelling zijn krijgen wel een 'tussen-n' bijvoorbeeld: jongendame

a)

waar

b)

niet waar

12.

Wanneer gebruik ik 'de' en 'het' voor een woord?

a)

'de' bij verkleinwoorden 'het' bij meervoud

b)

'de' bij meervoud 'het' bij verkleinwoorden

c)

'de' bij verkleinwoorden 'het' bij de rest

13.

In het Nederlands zet je achter bijvoegelijke naamwoorden vaak een extra e. Wat is hier een goed voorbeeld van?

a)

De leuk vriend

b)

Een mooi schoene

c)

Dat kleine paard

d)

De gek jongene

14.

In het Nederlands eindig je bij bijvoegelijke naamwoorden met -en wanneer het woord aangeeft waarvan iets is gemaakt. Welk voorbeeld is juist?

a)

Een houte plank

b)

Een zilvere mand

c)

Een gouden plaat

15.

-Als een woord los in een zin staat én het verwijst naar mensen, krijg je ook een -n

-Verwijst het woord niet alleen naar mensen? Dan krijg je geen -n:

a)

klopt

b)

klopt niet

16.

Wat schrijf je allemaal met een hoofdletter?

a)

Persoonsnamen, Aardrijkskundige namen

b)

Persoonsnamen, Aardrijkskundige namen, feestdagen

c)

Persoonsnamen, Aardrijkskundige namen, feestdagen, benamingen waarmee een God bedoeld wordt

d)

Persoonsnamen, Aardrijkskundige namen, feestdagen, benamingen waarmee een God bedoeld wordt en geloofsovertuigingen (christendom, islam, enzovoort)

17.

Wanneer gebruik je een komma?

a)

In opsommingen

b)

Voor voegwoorden

c)

Tussen 2 persoonsvormen

d)

Alle 3 hierboven

18.

Een puntkomma is een wat grotere scheiding dan een komma en een wat kleinere scheiding dan een punt.

De stukken voor en na de puntkomma zouden ook elk een complete zin kunnen zijn.


Kun je ook gewoon een punt neerzetten en 2 zinnen maken in plaats van een puntkomma?

a)

Ja

b)

Nee

c)

Soms

19.

Wanneer gebruik in een dubbele punt?

:

a)

Aankondiging volgend stukje tekst

b)

Aankondiging van een gedachte en citaat

c)

Aankondiging van een opsomming

d)

Aankondiging van een verklaring of rede

e)

Alles wat hierboven staat

20.

Wat is een citaat?

Bijvoorbeeld: Joost zei 'Ik lust geen groente.'

a)

Een zin die je normaal nooit gebruikt

b)

Als je zegt wat iemand denkt maak je een nieuwe zin

c)

Als je letterlijk weergeeft wat iemand gezegd heeft (= citeren), dan plaats je die tekst tussen aanhalingstekens.