Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

T4 Thema 6 Transport BS 1 en 2

Total questions: 11

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Uit welke bestanddelen bestaat bloed?

Vink alle juiste antwoorden aan.

a)

plasma-eiwitten

b)

water

c)

bloedplaatjes

d)

vetten

e)

rode en witte bloedcellen

2.

Wat is de functie van rode bloedcellen?

a)

Aanmaken van hemoglobine

b)

Aanmaken van ijzer

c)

Vervoeren van voedingsstoffen

d)

vervoeren van zuurstof

3.

Wat is de functie van witte bloedcellen? Vink de juiste optie(s) aan.

a)

vervoeren van zuurstof

b)

ziekteverwekkers onschadelijk maken

c)

bloed laten stollen

d)

opruimen van dode celresten

e)

vormen van antistoffen om ziekteverwekkers te bestrijden

4.

In de afbeelding zie je een aantal bloedonderdelen. Welk nummer voldoet aan onderstaande beschrijving?

Dit bloed onderdeel heeft geen vaste vorm en heeft een celkern.

(a)  

5.

Waar in het lichaam worden dode rode bloedcellen afgebroken?

a)

In het rode beenmerg

b)

In de milt

c)

In de lever

d)

In alle genoemde onderdelen van het lichaam

6.

Wat is de functie van de bloedplaatjes?

a)

Maken van antistoffen om ziekteverwekkers onschadelijk te maken

b)

Zorgen van het stollen van het bloed als het bloedvat is beschadigd.

c)

Zorgen voor voldoende hemoglobine in het bloed

d)

Zorgen voor het vervoer van zuurstof

7.

In deze bloedsomloop wordt zuurstof opgenomen in het bloed en koolstofdioxide afgegeven aan de lucht.

Welke bloedsomloop is dit?

(a)  

8.

In de afbeelding zie een doorsnede van het hart. Met welk nummer zijn de halve maanvormige kleppen in de rechter helft van het hart weergegeven?

(a)  

9.

Hoe heten de onderdelen met de nummers 5 en 15?

a)

nr 5 is de linker boezem en nr 15 is de rechter kamer

b)

nr 5 is de linker kamer en nr 15 is de rechter boezem

c)

nr 5 is de rechter boezem en nr 15 is de linker kamer

d)

nr 5 is de rechter kamer en nr 15 is de linker boezem

10.

Een hartslag kan worden verdeeld in drie fasen. Welke fase geeft nummer 2 aan?

(a)  

11.

In de afbeelding zie je een schematisch buitenaanzicht van het hart. Wat wordt er met de nummers 1, 5 en 6 aangegeven?

a)

1 = aorta, 5 = kransslagader en 6 = onderste holle ader

b)

1 = longslagader, 5 = kransader en 6 = onderste holle ader

c)

1 = aorta, 5 = kransader en 6 = bovenste holle ader

d)

1 = longslagader, 5 = kransslagader en 6 = bovenste holle ader