Font size
WorksheetsHet meervoud
Total questions: 25
Worksheet time: 25mins
de winkel (le magasin)
de winkelen
de winkels
winkel´s
winkellen
de man (l´homme)
de mans
de manen
de mannen
de mens
het boek (le livre)
de boeken
de boekken
de boeks
de boekeren
de foto (la photo)
de fotos
de foto´s
de fottos
de fotto´s
de knie (le genou)
de knies
de knie´s
de kniën
de knieën
de inwoner (l´habitant)
de inwoners
de inwoneren
de inwoner´s
de inwooners
het programma (le programme)
de programs
de programmen
de programma´s
de programa´s
het ei (l´oeuf)
de eier
de eiers
de eieren
de ei´s
de moeilijheid (la difficulté)
de moeilijkheids
de moeilijkheiden
de moeilijkheden
de moeilijkhedens
de brief (la lettre)
de briefs
de briefen
de brievers
de brieven
[Zet het woord in het meervoud] De kat : de (a)
[Zet het woord in het meervoud] De vrouw : de (a)
[Zet het woord in het meervoud]
Het huis : de (a)
[Zet het woord in het meervoud]
De collega : de (a)
[Zet het woord in het meervoud]
De boom : de (a)
[Zet het woord in het meervoud]
De mogelijkheid : de (a)
[Zet het woord in het meervoud]
De tante : de (a)
[Zet het woord in het meervoud]
De zus : de (a)
[Zet het woord in het meervoud]
Het been : de (a)
[Zet het woord in het meervoud]
Het oog : de (a)
[Zet het woord in het meervoud]
Het boekje : de (a)
[Zet het woord in het meervoud]
Het meisje : de (a)
[Zet het woord in het meervoud]
De stad : de (a)
[Zet het woord in het meervoud]
Het lid : de (a)
[Zet het woord in het meervoud]
Het museum : de (a)
