wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hemelmechanica

Total questions: 11

Worksheet time: 39mins

Name
Class
Date
1.

Een planeet heeft een keer zo grote massa als de aarde. De straal van de planeet is 8919 km.


De gravtitatieversnelling op het oppervlak van de planeet is...

a)

10 x 106 ms-2

b)

6,7 x 10-11 Nm2kg-2

c)

10 ms-2

d)

9,81 ms-2

2.

Een planeet met dezelfde massa als de aarde draait met een baansnelheid van 32 km/s rond zijn ster. De baanstraal van de planeet is 180 x 109 m.


De ster heeft een massa van...

a)

2,8 x 1016 kg

b)

2,8 x 1024 kg

c)

2,8 x 1026 kg

d)

2,8 x 1030 kg

3.

Een planeet met dezelfde massa als de aarde draait om een ster met een massa van 3,2 x 1030 kg. De baanstraal van de planeet is 280 x 109 m.


De baansnelheid van de planeet is...

a)

7,6 x 108 m s-1

b)

2,7 x 10-3 m s-1

c)

28 km s-1

d)

0,052 m s-1

4.

Op de oppervlakte van een planeet met een massa van 4,2 x 1020 kg is de valversnelling 3,8 m s-2.


De straal van de planeet is...

a)

76 km

b)

3,5 x 1010 m

c)

7,4 x 109 m

d)

86 km

5.

Een planeet draait om zijn ster met een omlooptijd van 6,4 x 1012 s en een baanstraal van 23 x 1014 m. De massa van de ster is...

a)

1,8 x 1032 kg

b)

7,8 x 1028 kg

c)

5,2 x 1030 kg

d)

Dat kun je niet weten

6.

De baansnelheid van jupiter is...

a)

28 km/s

b)

3,4 m/s

c)

1,2 m/s

d)

13,2 km/s

7.

De straal van de baan van venus om de zon is gelijk aan...

a)

10,82 x 1010 m

b)

10,82 x 1014 m

c)

605 x 104 m

d)

605 x 108 m

8.

Je kunt de baansnelheid van een satelliet om de aarde berekenen met...

a)

v=GMrv=\frac{GM}{r}

b)

v=GMrv=\sqrt{\frac{GM}{r}}

c)

v=2πrTv=\frac{2\pi r}{T}

d)

Er zijn meerdere antwoorden juist

9.

een geostationaire sattelliet heeft een omlooptijd van.

a)

1 minuut

b)

1 uur

c)

1 dag

d)

1 jaar

10.

Een polaire satelliet...

a)

Hangt ieder moment van de dag boven de evenaar.

b)

Houdt de gehele dag zicht op één van de polen.

c)

Passeert bij ieder rondje om de aarde beide polen.

d)

Hangt voortdurend boven hetzelfde stukje aarde.

11.

In het ISS zweven de astronauten rond. Dat komt doordat...

a)

Daar geen zwaartekracht is.

b)

Daar geen valversnelling is.

c)

De gravitatiekracht even groot is als de middelpuntzoekende kracht die hen in hun baan houdt.

d)

De gravitatiekracht kleiner is dan de middelpuntzoekende kracht die hen in hun baan houdt.